zaterdag 6 februari 2010

Peeno

Dik, vet, log, plomp, horkerig en vooral een lui varken: Peeno.
Op zijn 16e verliet hij het VMBO zonder enige motivatie.

Peeno woont thuis bij zijn moeder en drie jongere broertjes. Zijn vader is door zijn moeder het huis uitgeschopt omdat hij een lui varken was. Peeno heeft het dus niet van een vreemde.
De enige activiteit die zijn vader vertoonde was opstaan voor het eten, toilet en seks en zelfs daar had zijn vrouw niet veel te vertellen, 'ze moest maar'.

Peeno's moeder heeft geen baan buitenshuis, ze is huisvrouw, heeft haar handen vol aan vier kinderen. Koken, wassen, strijken, boodschappen doen enz. Dus leven ze van een uitkering.
Zodoende dat de moeder van Peeno heeft gezegd dat Peeno maar de handen uit de mouwen moest steken of anders kon hij het huis verlaten, want aan luiwammesen heeft ze niks.
Peeno wil wel werken als het maar een luizenbaantje is, anders niet. Hard werken wil hij niet. Zijn leven als lui varken is hem op het lijf geschreven.

Na maanden vind de moeder van Peeno een baantje voor hem: als portier. Zijn enige werkzaamheden, of eigenlijk: werkzaamheid, is de slagboom te open door een druk op een knopje. Dat is dan ook alles.
In die maanden heeft Peeno welgeteld één keer in de krant gekeken voor een baan, dat kostte hem te veel moeite, solliciteren is niet voor hem weggelegd. Hij gooide de krant door de kamer, pakte een zak chips en at zijn woede weg.
Zodoende dat zijn moeder actie had ondernomen en stuitte op een advertentie van portier.
Koekjesfabriek van Lunteren zocht een portier, werkzaamheden: knopje drukken om de slagboom te openen. Werktijden van 8.30 - 17.00 uur.
Zijn moeder schreef de brief en er kwam antwoord, Peeno mag op gesprek.
Zijn moeder ging dus mee op sollicitatiegesprek, dat kwam hun beide iets beter uit. Peeno is geen prater en zijn moeder wil hem aan het werk hebben. En zo zaten ze samen bij dhr. Van Lunteren zelf op kantoor.
Peeno's moeder had Peeno van te voren geïnstrueerd zo weinig mogelijk te zeggen want Peeno was nogal een botte hork en meestal kwam er niets zinnigs uit.
Inmiddels duurde het gesprek een half uur, Peeno had nog steeds niks gezegd, hij zat op de bank met zijn derde blikje sinas en inmiddels leeg gegeten pak Van Lunteren koekjes, tot meneer van Lunteren hem vroeg wat zijn motivatie was.
Peeno keek even op, keek zijn moeder aan, zijn moeder keek naar Peeno en zij gaf antwoord: 'Mijn lieve schat heeft een baan nodig, ik ben alleen met vier kinderen en Peeno moet eens op eigen benen staan'.
Meneer van Lunteren keek hem glimlachend aan en zei: 'Kleine jongens worden groot, de man in huis, een goede vader met een goede baan, dat is wat vrouwen willen'.
Meneer van Lunteren was heel content, glimlachte nog eens naar Peeno en zijn moeder en vertelde dat zijn ze zo snel mogelijk zou weten of de baan voor Peeno is.

Eén week later lag er een brief in de brievenbus van Koekjesfabriek van Lunteren, Peeno's moeder geeft de brief aan Peeno en vol verwachting kijkt ze hoe hij de brief uiteen rukt.
'Beste Peeno, bij deze wil ik u van harte feliciteren met de baan als portier, maandag kunt u beginnen'.
Peeno en zijn moeder springen een gat in de lucht en de andere kinderen komen er ook bij en ze springen en hossen door de kamer.

En zo begint Peeno's leven als knopjes drukker waar hij zijn hele leven hetzelfde werk zou blijven doen.

http://www.youtube.com/watch?v=fWq-tGbnUjI

vrijdag 5 februari 2010

Mevrouw, u fietst aan de verkeerde kant...

Kom net terug van de supermarkt, dan ga ik over het pleintje en daar is een stukje straat en halverwege rijdt ik naar links om linksaf te slaan.
Van de straat er tegenover komt een man en ik zag 'm al aankomen, ff harder rijden en demonstratief rechts aanhouden en op de hoek voor ik linksaf kon rijdt ie tegen mij aan (ik kon niet verder want ik zat klem tussen zijn fiets en de paaltjes op de stoep)en zegt: 'Mevrouw, u fietst aan de verkeerde kant'. 'U rijdt links en we rijden hier rechts'.
'O, zeg ik, goed dat u het zegt, dat wist ik niet'.
Eigenlijk lagen we nog in een deuk ook.
En toen reed ie door.
Hij deed me denken aan de natuurkunde leraar op de analistenschool: groene broek, groene jas, hoedje (nee geen veer), baardje, soort sociotype.

donderdag 4 februari 2010

Toos en Truus

Toos en Truus zijn collega's en allebei gescheiden en daardoor gefrustreerd.
Toos, 37 jaar, heeft drie kinderen van vier vaders, van de middelste weet ze niet wie de vader is. Ze had ooit sex met 2 broers en is van één van de twee zwanger geworden, ja en nu lijkt het kind op beide. Voor een DNA-test heeft ze geen geld.
Met haar drie kinderen, Rosanna van 18, Ronaldo van 10 en Jermaine van 4 houdt ze geen geld meer over.
Toos werkt daarom fulltime. Thuis heeft ze een vriend die liever lui dan moe is. Hij werkt niet en doet aan bankhangen en met de afstandsbediening ligt hij meestal onderuit filmnet te kijken.
Toos heeft hem 4 jaar terug leren kennen toen ze zwanger was van de jongste.
Toos is ook maar gestopt met kinderen maken. Haar nieuwe vriend heeft ook niet zo'n zin in kinderen, hij heeft er al drie bij drie andere vrouwen die hij nauwelijks ziet.

Truus is 42 en heeft twee kinderen van één man, Marcello van 22 en Sjonnie van 21.
Haar ex heeft nooit alimentatie betaald waardoor Truus fulltime moest werken en later zijn de jongens zelf gaan werken, beide dealen ze in drugs aan huis, want op zichzelf wonen doen ze niet, ze hebben geen geld, dat jassen ze er in de kroeg al doorheen.
De politie heeft regelmatig invallen gedaan.
Gelukkig heeft Truus geen strafblad want het dealen was vooral als Truus aan het werk was en dus 'wist Truus er niks van'.
Truus heeft op dit moment geen relatie, ze date zo af en toe met iemand die ze via internet leert kennen maar meestal zijn het losers. Zegt ze.

Truus en Toos hebben dus een gefrustreerd leven.
Beide proberen ze hun werk te doen maar regelmatig melden ze zich ziek: probleempjes thuis, kinderen ophalen op het politiebureau, kinderen ziek, kinderen met problemen op school en verder zijn ze weinig thuis voor de opvoeding waardoor dat een puinhoop is geworden en de kinderen een eigen leven gaan leiden.
Dus uiten ze hun frustraties op werk. Daar staan ze bekend als de zeikende kwektantes. Als de ene ouwehoert heeft de andere ook wat te ouwehoeren.
Hun collega's krijgen er een punthoofd van. Maar die durven er niet veel meer van te zeggen, het gebeurt regelmatig dat de zeikende kwektantes uit hun bol vliegen.
Van beide heeft Toos de grootste mond, zo klein als ze is zo veel meer herrie produceert ze. Ooit noemde haar collega Erik haar luchtalarm. Nou die had het geweten, Toos produceerde een hoop scheldwoorden en daar mocht hij het mee doen.
Toen Erik haar vroeg uit welk woordenboek deze woorden kwamen, in die van hem kwamen ze niet voor, werd ze nog woester.
Op hoge poten liep ze naar Truus en is ze gaan uitjanken. Hij had haar 'voor alles uitgemaakt'.
Toos praatte zich zielig bij Truus en Truus ging uit haar dak. En zo wekte ze medelijden op en Truus is Truus niet om het voor Toos op te nemen.
En zo onstond de heksenjacht van Toos en Truus.

Toos en Truus lieten het er niet bij zitten en besloten medelijden op de wekken bij hun collega's. Toos pastte het verhaal een beetje aan, hier en daar wat verzinsels erbij, want het moest zieliger overkomen dan het al was en zo creëerde Toos samen met Truus een netwerkje mensen die medelijden kregen. Dat lukte ze goed en zo hadden ze binnen een paar weken een lekker clubje die hun verhaaltjes slikten als koek. En zo kregen Toos en Truus de macht in handen. De roddels gingen over en weer, grote lol dat ze hadden.

En zo hadden Toos een Truus toch eindelijk een leuk leven en samen rookten ze er nog een sigaretje op voor de deur van het werk, onder het mom van: 'en wie gaan we vandaag pakken?'

dinsdag 2 februari 2010

Sprookjes

Nu dacht ik dat alleen kleine kinderen in sprookjes geloven maar ik heb een hele andere groep ontdekt: de twintigers, dertigers en veertigers.
Nu was ik me aan het afvragen hoe dat nu kan. Immers feetjes en toverstafjes bestaan niet.
Aan de andere kant: waarom zou je er niet in geloven? Als kinderen klein zijn, zeg meisjes, en zij lezen over een prinsesje dan willen ze graag dat het over hun gaat, ff lekker wegdromen in een andere wereld. Jongetjes die stoere boeken lezen vinden zichzelf als held erin.
Maar als je volwassen bent, twintig, dertig, veertig, moet die tijd toch eens voorbij zijn. Waarschijnlijk niet dus.
Althans....niet iedereen dan.
Zo heb je dus grote mensen die als ze iets lezen zichzelf er in zien.
Elk boek is fictie, het is niet waar, daarom lezen lezers graag: een andere wereld dan de echte. Als je je boek dichtklapt is het back to reality. Kleine kinderen huppelen nog rond met de gedachte dat zij het prinsesje en de held zijn.
Hoe denken volwassenen dat dan? Huppelen ze ook rond? Maken ze zich zorgen? Gedragen ze zich als een prinsesje of held?
Dat vraag ik me toch af? Hoe gaat dat als je groot bent? Is er ooit iets gebeurd waardoor ze denken dat ze het onderwerp van het verhaal zijn? Lezen ze de verkeerde boeken? Zijn ze nog niet toe aan volwassen boeken? Weten ze niet wat een boek is? Dat elk boek echt is? Alles wat er staat geschreven dus waar is? Als je twintig, dertig of veertig bent moet je dat verschil inmiddels toch wel zien?
Dacht ik zo.... .....maar niet voor iedereen.
Misschien worden ze ooit wél volwassen....

donderdag 28 januari 2010

Gelukkig heb ik gaan auto

Eind november zijn er in het centrum van Den Haag wegen afgesloten. Vonden ze wel grappig. Autootje pesten.
Je moet wat als je in de gemeenteraad zit, anders denken wij dat ze niks doen van ons belastinggeld.
Het centrum ligt vol met rode-witte blokken en pollers, je kunt er ook echt niet langs. Ze willen het centrum autovrij hebben.
Kan ik me iets bij voorstellen maar diegene die voor deze oplossing heeft gekozen was niet echt wakker.
Zo hebben ze de Elandstraat één richting gemaakt, dus kun je vanuit het centrum en Den Haag west niet meer via de Elandstraat naar de snelweg, iedereen wordt omgeleidt naar de Laan van Meerdervoort. Daar waar de file al staat en je mag achteraan sluiten. De file staat over de halve Laan van Meerdervoort en Javastraat en vanuit de zijstraten kom je er niet meer op, iedereen zet de kruispunten vast.

Vanuit mijn straat vonden ze dat je niet meer linksaf mocht, dus iedereen moet rechtsaf: achteraansluiten in de file.
Toen je nog linksaf mocht kon je regelrecht naar het centrum, snelweg en ziekenhuis. Als ik nu met een ambulance naar het ziekenhuis moet, moet de wagen 360 graden om de wijk heen en achteraan in de file aansluiten.
Laat die ambulance dan maar, want dan ben ik al dood.

Als je vanuit de Jan Hendrikstraat naar de snelweg wilt heb je een super probleem. Normaal kon je over de Paviljoensgracht/Stille Veerkade naar de snelweg. Halverwege de Paviljoensgracht hebben ze pollers gezet, je komt er niet.
Nee, je mag over de Boekhorststraat. Leuk smal winkelstraatje die nu niet leuk meer is, want het staat vol met uitlaatgassen van al die auto's. En om de stad uit te komen moet je door kleine straatjes.

Zo hebben ze ooit op de Stille Veerkade een CO2 meter geplaatst, uitslag: de smerigste straat van Nederland. Omdat ze de Grote Markt hadden afgesloten moest iedereen over de Stille Veerkade. Deze meter moeten ze nu maar eens plaatsen op de Laan van Meerdervoort, Javastraat en de Boekhorststraat.

Gemeente Den Haag verdient niet de schoonheidsprijs, wel een schop onder zijn achterste.

Deel 13 van zeep soep - zondag 24 januari

Inke is vrij.
Zondag feestdag.
Joepie.
Inke is niet zo'n uitslaper en om 8 uur is ze uit bed, eerste wat ze doet is buiten kijken en jahoor, er ligt me een pak sneeuw.
Inke springt in haar kleding en gaat naar buiten: sneeuwballentijd.
Er is nog niemand buiten en Inke besluit haar buurman Pieter wakker te maken door sneeuwballen op zijn raam te gooien. En jahoor, na 5 rake sneeuwballen doet hij het raam open en hij ziet Inke nog net een sneeuwbal gooien die hem midden in zijn gezicht raakt, oeps...
'Oh oh', dacht Inke, vind ie vast niet leuk.
Pieter schreeuwt iets van glwvrdmme en haalt de sneeuw uit zijn gezicht en kleding. 'Hé muts' roept ie, 'ik kom naar beneden'.
En naar beneden kwam ie.
Wat Inke niet had verwacht was dat ie al een sneeuwbal had gemaakt van de sneeuw van het balkon en als verrassing zeepte hij Inke in.
'He kappen', zegt Inke, met een handvol sneeuw in haar mond. Inke rent vlug weg achter een auto en maakt een sneeuwbal en gooit die weer naar Pieter. Pieter is niet gek gaat achter een andere auto staan en zo onstaat er een sneeuwballen gevecht.
Intussen is de halve straat wakker en doen er zowel kinderen als volwassenen mee aan het sneeuwballen gevecht, het was te komisch voor woorden. Achter elke auto stond er wel één.

Buurman Ad kwam zelfs warme choco brengen voor iedereen. Gekke straat, altijd al zo geweest. De vrouw van Ad kwam er ook aan, ze had cake, net uit de oven. Eigenlijk voor de visite zei ze. 'Dan bak ik er nog wel één', zegt ze.
Nou, daar zat de halve straat aan de warme choco en cake.
Hardstikke gezellig.

Inke kreeg het wat koud, Pieter gaat ook naar binnen en vraagt of Inke bij hem een warme choco wil drinken, dat slaat Inke niet af.

Pieter is basgitarist in een metal band en zijn huis staat vol met electrische gitaren basgitaren. Zondag is oefendag en dan gaat hij naar het muziekcentrum.
Inke gaat wel eens mee maar Inke gaat ook wel eens mee naar optredens.
Omdat elke live band volop in de spots staat en onbekende bands geen lichtman hebben, doet Inke regelmatig de lichtshows. De band van Pieter heeft geen eigen lichtkast, want elke muziektent heeft zijn eigen lichtapparatuur, als Inke meegaat kijkt ze hoe het werkt en door Inke's ervaring is ze er altijd gauw achter.

Pieter vraagt of Inke vanavond weer mee komt, altijd gezellig in de oefenruimte. Inke heeft geen plannen en besluit mee te gaan.
Altijd gezellig.

dinsdag 26 januari 2010

Deel 12 van zeep soep - zaterdag 23 januari

Zaterdag: ochtenddienst.
Inke werkt samen met Coen en Tim. Tim heeft een luie bui, gaat op zijn gemakje bij de expeditie zitten, voeten op tafel, bak koffie erbij en een dosis humor, hij had zijn bui weer.
Om het kwartier belde hij naar Inke met zijn moppen: 'ken je die al?'
Inke werd er gek van en zette te telefoon op de intercom zodat Coen mee kon luisteren, ze gierden het uit.

Coen had voor ontbijt gezorgd. Hij had een weddenschap verloren. Hij had mooi uitgepakt, sinaasappelsap, croissantjes en krentenbrood met roomboter.

Tim belde weer eens en Coen zette de telefoon maar weer op de intercom, hij en Inke dachten dat hij weer een mop had, dit keer was het geen mop.
Bij de expeditie kwam een vrachtwagen om computers te lossen, toen Tim de papieren controleerde kwam er met een noodgang een bestelbusje aanrijden waaruit vier gemaskerde boeven uitstapten. Ze braken de vrachtwagen open en laadden de computers over in het busje. Tim belde naar Coen en Inke, waarop zij meteen actie ondernamen.
Coen ging linksom en Inke rechtsom, mochten de boeven wegrijden, was er sowieso iemand die ze zou zien.
Inke ziet het busje rijden en komt op haar af. Inke is niet dom en had haar camera bij zich die ze snel aan had gedaan en filmde het busje die haar richting op kwam, de boeven hadden de maskers nog op, jammer, geen gezichten op beeld.
Het busje rijdt Inke voorbij en Inke ziet een jongetje met zijn hond die de straat willen oversteken, het busje remt een en de bestuurder raakt in de slip, het busje belandt in de sloot, Inke is nog steeds aan het filmen.
Tim had inmiddels te politie gebeld en zij kwamen er al aan. Mooi op tijd, kunnen ze de boeven uit het water vissen.
Met een nat pak werden ze in een politiebus geladen en naar het bureau gebracht.
Het bestelbusje van de boeven werd uit het water gehaald. De computers waren nat geworden en onbruikbaar.

Inke en Coen gaan terug naar binnen, koffie was koud geworden. Tim belde weer: 'deze mop ken je vast niet!'