Varkens springen over heggen, de koeien zijn geel en blauw. De deur zit dicht maar ik kan er zo doorheen. De lucht is oranje. De wielen van mijn fiets zijn vierkant. Mijn rode fiets is geel. Het stuur zit andersom. Het gezicht van jou zweeft boven mijn hoofd en je romp zit op de bank. Je lacht en uit je mond komen roze spinnen. Ik schop mijn schoenen uit en ze vliegen door het raam, ze krijgen vleugels en veranderen in schapen. Ik zie jou nu tien keer voorbij komen, je gezicht is nu blauw en je lacht en je valt naar beneden. De lucht wordt groen en ik zie 10.000 vogels naar het raam vliegen. Zij veranderen in regendruppels en komen tegen het raam aan. Ik start mijn brommer en vlieg door de straat, ik kom een paard tegen met vleugels, het vliegt over mij heen en valt op de grond. Ik vlieg de huiskamer in en kom op bed terecht. De kamer is roze. Oranje bollen vliegen door de kamer heen. Ik probeer ze te pakken. De varkens springen nog steeds over heggen en mijn rode fiets is niet geel meer. Nu zie ik jou op de muur verschijnen, je schaduw vliegt van muur naar muur. Opeens ben je weg en ik hoor je roepen, ik versta het niet. Ik loop op het strand en ren de zee in. Er komt een auto aan varen, ik wil opzij maar de zee spoelt me verder. De auto is er niet meer. Er lopen honderden engeltjes over het water, engeltjes met witte jurkjes en blonde krulletjes. Ik roep naar ze. Ze kijken mij aan en vliegen weg. Ik zie mijzelf in zee liggen en wil mijzelf redden. Ik loop over water en de auto komt er weer aan. Ik stijg op en vlieg over de zee die rood wordt. Onder mij zie ik de engeltjes veranderen in duiveltjes. Ze vliegen om mij heen en verdwijnen in zee. De auto is weg. Ik vlieg terug naar het strand en ga liggen. Ik kijk naar boven en zie mijn niet meer rode fiets die nog steeds niet geel meer is. Ik stap op de fiets en rijd in de lucht. Ik trap en ik trap. De niet meer rode fiets wordt blauw. Ik fiets steeds verder op de blauwe fiets en kom in het weiland terecht. Tussen schapen in allerlei kleuren. Ik pak het schaakbord en vraag of ze mee willen doen. De gekleurde schapen gaan op de zwarte en witte vakjes staan. Ik kieper het bord om en ren weg. De schapen liggen ondersteboven en lossen op in het niets, ik zie alleen nog stoomwolkjes. Ik loop door de deur en ben thuis. Ik lig op bed en de oranje bollen zweven nog steeds. Ze veranderen in lichtgevend groen en ik probeer ze te pakken. Ik spring door de kamer maar krijg ze niet te pakken. Mijn handen gaan er dwars doorheen. Ik pak mijn schoenen en er komt water uit. Ik hou ze boven de asbak. De asbak vliegt door de kamer en ik vlieg er achteraan. Achter mij vliegen de roze spinnen. Ik vlieg nog harder en de roze spinnen halen mij in. Ik roep dat ze weg moeten en ik val op de grond en de spinnen tollen rond mijn hoofd. Ik stap op de blauwe fiets die niet meer rood of geel is en fiets hard weg om te ontkomen van de spinnen. Ik fiets en ik fiets tot mijn leven er vanaf hangt. Ik val in slaap. 24 uur later word ik wakker. En alles is weer normaal.
Tijd voor een biertje.
zaterdag 27 februari 2010
Deel 22 van zeep soep - dinsdag 2 februari
Dinsdagochtend wordt Inke wakker. Eerst tijd voor koffie en een broodje met kaas.
Inke heeft wederom late dienst en tijd zat die ochtend.
Er wordt aan de deur gebeld, de buurvrouw.
Ze staat met een mok cappuccino voor de deur: 'bakkie buuv?'
'Eey lekker', zegt Inke en ze lopen samen naar binnen.
Buuv had iets teveel gemaakt.
Inke maakt een broodje kaas voor de buuv en samen ontbijten ze.
Als de buuv weg is maakt Inke zich klaar voor naar werk, omkleden, boterhammen mee en Inke stapt op de fiets naar werk.
Op werk aangekomen zag haar leidinggevende wat witjes en hij vertelt Inke dat haar collega Femke is opgegeten door een krokodil.
Femke had weer eens een blind date en daar had ze mee afgesproken in de dierentuin. Beter op neutraal gebied dan thuis.
In de dierentuin aangekomen was de man gezellig, ze dronken thee met een koekje en liepen langs de dieren.
Bij de krokodillen aangekomen pakte hij haar op en gooide haar over het hekje, zo tussen de krokodillen. De krokodillen hapten meteen. En trokken haar helemaal uit elkaar. Ledematen en bloed spatten overal naartoe.
De ambulance werd gebeld maar zo kon ze niet mee.
De politie kwam ook nog en zij hebben speciale opruimers en zo werden de restjes lichaamsdelen in zakken gestopt, in een speciale bus gestopt en afgevoerd.
Haar blind date is opgepakt, hij bleef er gewoon bij staan en lachte.
Uit onderzoek bleek dat hij een gezochte psychopaat was. Hij is meteen afgevoerd.
Inke hoorde het verhaal aan en ging werken.
De avonddienst verliep snel.
Toen ze naar huis ging, ging ze nog even langs de buurman, ze vertelde het verhaal van haar collega. Pieter zei dat het op youtube staat, iemand had meteen de camera er op gezet.
Samen keken ze.
'Toch wel bizar', zei Inke.
Na het filmpje gaat Inke naar huis, morgen weer een dag.
Volgende keer deel 23.
Inke heeft wederom late dienst en tijd zat die ochtend.
Er wordt aan de deur gebeld, de buurvrouw.
Ze staat met een mok cappuccino voor de deur: 'bakkie buuv?'
'Eey lekker', zegt Inke en ze lopen samen naar binnen.
Buuv had iets teveel gemaakt.
Inke maakt een broodje kaas voor de buuv en samen ontbijten ze.
Als de buuv weg is maakt Inke zich klaar voor naar werk, omkleden, boterhammen mee en Inke stapt op de fiets naar werk.
Op werk aangekomen zag haar leidinggevende wat witjes en hij vertelt Inke dat haar collega Femke is opgegeten door een krokodil.
Femke had weer eens een blind date en daar had ze mee afgesproken in de dierentuin. Beter op neutraal gebied dan thuis.
In de dierentuin aangekomen was de man gezellig, ze dronken thee met een koekje en liepen langs de dieren.
Bij de krokodillen aangekomen pakte hij haar op en gooide haar over het hekje, zo tussen de krokodillen. De krokodillen hapten meteen. En trokken haar helemaal uit elkaar. Ledematen en bloed spatten overal naartoe.
De ambulance werd gebeld maar zo kon ze niet mee.
De politie kwam ook nog en zij hebben speciale opruimers en zo werden de restjes lichaamsdelen in zakken gestopt, in een speciale bus gestopt en afgevoerd.
Haar blind date is opgepakt, hij bleef er gewoon bij staan en lachte.
Uit onderzoek bleek dat hij een gezochte psychopaat was. Hij is meteen afgevoerd.
Inke hoorde het verhaal aan en ging werken.
De avonddienst verliep snel.
Toen ze naar huis ging, ging ze nog even langs de buurman, ze vertelde het verhaal van haar collega. Pieter zei dat het op youtube staat, iemand had meteen de camera er op gezet.
Samen keken ze.
'Toch wel bizar', zei Inke.
Na het filmpje gaat Inke naar huis, morgen weer een dag.
Volgende keer deel 23.
woensdag 24 februari 2010
Verhaaltje voor het slapengaan - Het rode fietsje
Daar lag het rode fietsje, in de modder, helemaal zielig en alleen.
Je kon haar horen huilen: 'snif, snif, snik'.
De buurtkindertjes kwamen al aanrennen. De modderpoel was te groot en te diep om het fietsje te redden.
De kinderen stonden om de modderpoel en vonden het allemaal zo zielig.
Suzanne zei: 'we moeten een touw hebben, dan trekken we haar eruit'.
Jelle zei: 'mijn vader heeft vast wel een touw'. En ze rennen allemaal naar Jelle's huis.
Jelle krijgt van zijn vader een heel lang touw en ze rennen met z'n allen terug naar de modderpoel.
Hoe krijgen ze het touw nu om het fietsje?
Annick weet raad: 'Mijn vader kan een lasso maken, kom we gaan naar hem toe'.
Alle kinderen rennen achter Annick aan. Annick's vader maakt de lasso en met de lasso rennen de kinderen terug naar de modderpoel.
Om en om gooien de kinderen de lasso en eindelijk lukt het Jasper om de lasso eroverheen te krijgen. Met z'n allen trekken ze aan de lasso.
Langzaam komt het rode fietsje uit de modderpoel.
En ze trekken aan het touw tot het rode fietsje uit de modderpoel is.
Nu zit ze nog helemaal onder de modder. Ze nemen het fietsje mee naar het huis van Suzanne en zetten het neer in de tuin. Suzanne zet de waterlang erop en al de modder gaat eraf.
Het fietsje begint te lachen. En de kinderen beginnen te juichen.
Het fietsje is de kinderen zo dankbaar dat ze allemaal een rondje mogen fietsen.
Als het donker wordt gaat het fietsje naar huis.
Je kon haar horen huilen: 'snif, snif, snik'.
De buurtkindertjes kwamen al aanrennen. De modderpoel was te groot en te diep om het fietsje te redden.
De kinderen stonden om de modderpoel en vonden het allemaal zo zielig.
Suzanne zei: 'we moeten een touw hebben, dan trekken we haar eruit'.
Jelle zei: 'mijn vader heeft vast wel een touw'. En ze rennen allemaal naar Jelle's huis.
Jelle krijgt van zijn vader een heel lang touw en ze rennen met z'n allen terug naar de modderpoel.
Hoe krijgen ze het touw nu om het fietsje?
Annick weet raad: 'Mijn vader kan een lasso maken, kom we gaan naar hem toe'.
Alle kinderen rennen achter Annick aan. Annick's vader maakt de lasso en met de lasso rennen de kinderen terug naar de modderpoel.
Om en om gooien de kinderen de lasso en eindelijk lukt het Jasper om de lasso eroverheen te krijgen. Met z'n allen trekken ze aan de lasso.
Langzaam komt het rode fietsje uit de modderpoel.
En ze trekken aan het touw tot het rode fietsje uit de modderpoel is.
Nu zit ze nog helemaal onder de modder. Ze nemen het fietsje mee naar het huis van Suzanne en zetten het neer in de tuin. Suzanne zet de waterlang erop en al de modder gaat eraf.
Het fietsje begint te lachen. En de kinderen beginnen te juichen.
Het fietsje is de kinderen zo dankbaar dat ze allemaal een rondje mogen fietsen.
Als het donker wordt gaat het fietsje naar huis.
Nachtelijke avonturen
Ik slaapwandel en praat in mijn slaap.
Of ik nu nog slaapwandel weet ik niet helemaal zeker.
Toen ik klein was (of ik ooit klein ben geweest) en nog bij pa en ma woonde betrapte mijn moeder mij wel eens onderweg.
Ooit kwam ze mij op de trap tegen en vroeg wat ik ging doen. 'Emmertje water halen', zei ik.
Mijn moeder is de nuchterste moeder die in deze wereld bestaat en zij schrikt niet zo gauw en was dit al lang gewend. En lijdt mij weer netjes terug naar de slaapkamer.
Deze blog schoot me vanmorgen (toen ik nog in bed lag) te binnen.
In december was ik naar de film Paranormal Activity geweest, waar en vrouw de halve nacht stokstijf naast het bed staat en naar haar man staart.
Het idee dat je in bed ligt en er één de halve nacht naar je staart. Ook al is het je vriend of echtgenoot of kind.
Dat lijkt me geen leuk idee.
Ik dacht meteen: mazzel dat ik alleen woon.
Zo werd ik vorig jaar eens wakker van mijn eigen geschreeuw. Ik betrapte een boef in huis terwijl ik lag te slapen. Ik had niks om te slaan, had alleen een pyjama aan en voelde me weerloos. Dus begon ik maar de schreeuwen.
En daar werd ik wakker van.
Maar goed ook, er was niemand.
Ik heb van de buurvrouw gelukkig niets gehoord. Mogelijk schreeuwde ik niet eens zo hard als ik later dacht.
Zo zag ik eens de buurman in de gang terwijl ik sliep. 'Buurman', riep ik en ik voelde me nogal lullig, zo in bed in pyjama. Ik wou hem het huis uit hebben, ben uit bed gestapt en werd wakker. Geen buurman, gelukkig. Gedroomd.
Zo zie ik wel vaker mensen in mijn slaapkamer, voornamelijk mensen die ik ken, en meestal word ik wakker van mijn eigen geklets en weg is de persoon.
Ik ben alleen bang dat ik ooit slaapwandel en naar buiten ga en ergens wordt aangetroffen ofzo.
Tot nu toe ben ik alleen nog thuis aan de wandel geweest.
Zo ver ik weet.
Of ik nu nog slaapwandel weet ik niet helemaal zeker.
Toen ik klein was (of ik ooit klein ben geweest) en nog bij pa en ma woonde betrapte mijn moeder mij wel eens onderweg.
Ooit kwam ze mij op de trap tegen en vroeg wat ik ging doen. 'Emmertje water halen', zei ik.
Mijn moeder is de nuchterste moeder die in deze wereld bestaat en zij schrikt niet zo gauw en was dit al lang gewend. En lijdt mij weer netjes terug naar de slaapkamer.
Deze blog schoot me vanmorgen (toen ik nog in bed lag) te binnen.
In december was ik naar de film Paranormal Activity geweest, waar en vrouw de halve nacht stokstijf naast het bed staat en naar haar man staart.
Het idee dat je in bed ligt en er één de halve nacht naar je staart. Ook al is het je vriend of echtgenoot of kind.
Dat lijkt me geen leuk idee.
Ik dacht meteen: mazzel dat ik alleen woon.
Zo werd ik vorig jaar eens wakker van mijn eigen geschreeuw. Ik betrapte een boef in huis terwijl ik lag te slapen. Ik had niks om te slaan, had alleen een pyjama aan en voelde me weerloos. Dus begon ik maar de schreeuwen.
En daar werd ik wakker van.
Maar goed ook, er was niemand.
Ik heb van de buurvrouw gelukkig niets gehoord. Mogelijk schreeuwde ik niet eens zo hard als ik later dacht.
Zo zag ik eens de buurman in de gang terwijl ik sliep. 'Buurman', riep ik en ik voelde me nogal lullig, zo in bed in pyjama. Ik wou hem het huis uit hebben, ben uit bed gestapt en werd wakker. Geen buurman, gelukkig. Gedroomd.
Zo zie ik wel vaker mensen in mijn slaapkamer, voornamelijk mensen die ik ken, en meestal word ik wakker van mijn eigen geklets en weg is de persoon.
Ik ben alleen bang dat ik ooit slaapwandel en naar buiten ga en ergens wordt aangetroffen ofzo.
Tot nu toe ben ik alleen nog thuis aan de wandel geweest.
Zo ver ik weet.
dinsdag 23 februari 2010
Hendrick
Utrecht 1569.
Hendrickje is vier jaar.
Hij speelt buiten op het plaatsje voor de deur bij het atelier van zijn vader. Hendrickje mag met het overgebleven hout spelen.
Hendrickje stapelt stukjes hout op elkaar, past stukjes in elkaar en haalt zijn vader er steeds bij voor zijn goedkeuring.
Sinds zijn 2e jaar speelt Hendrickje met resthout.
'Goed zo', zegt zijn vader. 'Je wordt ooit nog eens een wereldberoemde architect'.
Van zijn vader, Cornelis, heeft hij geleerd hoe je stukjes hout op elkaar moet stapelen en hoe je er iets moois van kunt maken.
Zijn vader is zelf meester-meubelmaker en hij wil dat Hendrickje hem opvolgt.
Als Hendrick oud genoeg is mag hij lessen volgen bij de Utrechtse beeldhouwer Cornelis Bloemaert. Daar leert hij de technieken en alles wat te maken heeft met bouwen.
Begin jaren 90 van de 16e eeuw gaan Hendrick en Cornelis samen naar Amsterdam. En in 1595 wordt Hendrick stadsarchitect en stadssteenhouwer in Amsterdam.
Hij is druk bezig met teken en bouwen.
Zo ontwerpt hij het Oost-Indisch Huis, het Bestuurs- en administratiekantoor van de voormalige V.O.C. in Amsterdam. Dit was klaar in 1603.
Hendrick is hardstikke trots en tekent en bouwt steeds meer.
Hij begint aan de Westerkerk en de inmiddels beroemde Westertoren en particuliere huizen.
In 1618 gaat hij naar Delft en herbouwt het afgebrande Delfstse stadhuis waarvan alleen de middeleeuwse toren was overgebleven.
En hij gaat naar Deventer en werkt mee aan de Bergpoort.
In 1619 krijgt de Rotterdamse Laurenskerk een houten spits, door Hendrick gemaakt.
Naast de kerk staat een beeld van Erasmus die door Hendrick is ontworpen.
Op 15 mei 1621 overlijdt Hendrick de Keyzer op zijn verjaardag op 56 jarige leeftijd.
Hij ligt begraven in de door hem ontworpen Zuiderkerk in Amsterdam. Zijn grafsteen ligt er nog steeds.
Jaren en eeuwen onder de grond, verstopt, onzichtbaar en niet iedereen wist het nog.
Zonde dachten sommigen.
De man was wereldberoemd en heeft zoveel werken en kunsten op zijn naam staan.
Als je in het centrum van Amsterdam staat en je draait jezelf 360 graden in de rondte, heb je al minstens één kunstwerk van Hendrick gezien.
Nee, deze man mag niet onzichtbaar blijven.
En hedendendage kun je in de Westerkerk in Amsterdam zijn grafzerk weer zien.
En zo 'leeft' Hendrick voort...
Hendrickje is vier jaar.
Hij speelt buiten op het plaatsje voor de deur bij het atelier van zijn vader. Hendrickje mag met het overgebleven hout spelen.
Hendrickje stapelt stukjes hout op elkaar, past stukjes in elkaar en haalt zijn vader er steeds bij voor zijn goedkeuring.
Sinds zijn 2e jaar speelt Hendrickje met resthout.
'Goed zo', zegt zijn vader. 'Je wordt ooit nog eens een wereldberoemde architect'.
Van zijn vader, Cornelis, heeft hij geleerd hoe je stukjes hout op elkaar moet stapelen en hoe je er iets moois van kunt maken.
Zijn vader is zelf meester-meubelmaker en hij wil dat Hendrickje hem opvolgt.
Als Hendrick oud genoeg is mag hij lessen volgen bij de Utrechtse beeldhouwer Cornelis Bloemaert. Daar leert hij de technieken en alles wat te maken heeft met bouwen.
Begin jaren 90 van de 16e eeuw gaan Hendrick en Cornelis samen naar Amsterdam. En in 1595 wordt Hendrick stadsarchitect en stadssteenhouwer in Amsterdam.
Hij is druk bezig met teken en bouwen.
Zo ontwerpt hij het Oost-Indisch Huis, het Bestuurs- en administratiekantoor van de voormalige V.O.C. in Amsterdam. Dit was klaar in 1603.
Hendrick is hardstikke trots en tekent en bouwt steeds meer.
Hij begint aan de Westerkerk en de inmiddels beroemde Westertoren en particuliere huizen.
In 1618 gaat hij naar Delft en herbouwt het afgebrande Delfstse stadhuis waarvan alleen de middeleeuwse toren was overgebleven.
En hij gaat naar Deventer en werkt mee aan de Bergpoort.
In 1619 krijgt de Rotterdamse Laurenskerk een houten spits, door Hendrick gemaakt.
Naast de kerk staat een beeld van Erasmus die door Hendrick is ontworpen.
Op 15 mei 1621 overlijdt Hendrick de Keyzer op zijn verjaardag op 56 jarige leeftijd.
Hij ligt begraven in de door hem ontworpen Zuiderkerk in Amsterdam. Zijn grafsteen ligt er nog steeds.
Jaren en eeuwen onder de grond, verstopt, onzichtbaar en niet iedereen wist het nog.
Zonde dachten sommigen.
De man was wereldberoemd en heeft zoveel werken en kunsten op zijn naam staan.
Als je in het centrum van Amsterdam staat en je draait jezelf 360 graden in de rondte, heb je al minstens één kunstwerk van Hendrick gezien.
Nee, deze man mag niet onzichtbaar blijven.
En hedendendage kun je in de Westerkerk in Amsterdam zijn grafzerk weer zien.
En zo 'leeft' Hendrick voort...
Verhaaltje voor het slapengaan - Brandweerauto
Ceesje heeft van zijn papa en mama een super coole brandweerauto gekregen. Een grote rode trap brandweerauto waar hij zelf in kan zitten en besturen.
Ceesje wil meteen rijden.
Hij springt erin en roept: 'mama, papa, kijk eens!!!!'
Hij drukt op de grote rode knop en de brandweerauto zegt:'tet tuut tet tuut'.
Ceesje gaat hard trappen en de brandweerauto gaat vooruit.
'Ik ga naar Daan, dag pap, dag mam', zegt Ceesje.
Papa en mama zwaaien naar Ceesje. 'Voorzichtig hoor Ceesje', zeggen papa en mama.
Voor de deur bij Daan drukt Ceesje op de grote rode knop: 'tet tuut tet tuut'.
Daan komt naar buiten. 'Coole brandweerauto Ceesje', zegt Daan.
'Ga je mee rijden?', vraagt Ceesje aan Daan. En Daan klimt in de brandweerauto. En samen rijden ze door de buurt.
Bij het speeltuintje zien ze hun vriendjes. Ceesje drukt weer op de grote rode knop:'tet tuut tet tuut.
De kinderen zien de brandweerauto.
'Wat een coole brandweerauto', roepen de kinderen door elkaar.
Achter in de bak kunnen vier kinderen en ze springen erin.
En vrolijk rijden ze door de buurt. Tet tuut tet tuut.
En plezier dat ze hebben.
Het begint al laat te worden, het is etenstijd. Ceesje zet iedereen thuis af. 'Tet tuut tet tuut' doet hij als hij weg rijdt.
Netjes op 6 uur is hij thuis. Papa en mama wachtten al voor de deur.
Ceesje springt uit de brandweerauto. 'En nu heb ik honger', zegt Ceesje tegen papa en mama.
Ceesje gaat eten en vroeg naar bed, morgen weer een dag.
Ceesje wil meteen rijden.
Hij springt erin en roept: 'mama, papa, kijk eens!!!!'
Hij drukt op de grote rode knop en de brandweerauto zegt:'tet tuut tet tuut'.
Ceesje gaat hard trappen en de brandweerauto gaat vooruit.
'Ik ga naar Daan, dag pap, dag mam', zegt Ceesje.
Papa en mama zwaaien naar Ceesje. 'Voorzichtig hoor Ceesje', zeggen papa en mama.
Voor de deur bij Daan drukt Ceesje op de grote rode knop: 'tet tuut tet tuut'.
Daan komt naar buiten. 'Coole brandweerauto Ceesje', zegt Daan.
'Ga je mee rijden?', vraagt Ceesje aan Daan. En Daan klimt in de brandweerauto. En samen rijden ze door de buurt.
Bij het speeltuintje zien ze hun vriendjes. Ceesje drukt weer op de grote rode knop:'tet tuut tet tuut.
De kinderen zien de brandweerauto.
'Wat een coole brandweerauto', roepen de kinderen door elkaar.
Achter in de bak kunnen vier kinderen en ze springen erin.
En vrolijk rijden ze door de buurt. Tet tuut tet tuut.
En plezier dat ze hebben.
Het begint al laat te worden, het is etenstijd. Ceesje zet iedereen thuis af. 'Tet tuut tet tuut' doet hij als hij weg rijdt.
Netjes op 6 uur is hij thuis. Papa en mama wachtten al voor de deur.
Ceesje springt uit de brandweerauto. 'En nu heb ik honger', zegt Ceesje tegen papa en mama.
Ceesje gaat eten en vroeg naar bed, morgen weer een dag.
zondag 21 februari 2010
Goede indruk
Ik maakte een goede indruk vanmiddag bij de Xenos.
Ik wist dat ze voor weinig lampjes verkopen. 4 voor 1,50. Weer eens wat anders dan 1 voor 6,95 bij de HEMA.
Enfin, ik had dus 2 soorten lampjes nodig en ik zie dat de Xenos beide verkoopt. Van 1 soort was er nog maar 1 pakje en die was toevallig open.
Om te kijken of de fitting klopt maak ik het pakje ietsje verder open. Komt opperhoofd verkoper eraan. Ik zei meteen: 'niet schrikken, het was al open, ik wil alleen kijken of de fitting ok is'.
Ik had toevallig een oude lamp in doosje meegenomen en laat het hem zien.
'Die is hetzelfde', zegt ie.
Ik pak nog een ander pakje, ander model lampje, en loop naar beneden.
Zie ik me daar toch lieve veel te grote badeendjes met schattige mutsjes op. Ik pak mijn camera en maak een foto en wie zie ik: opperhoofd verkoper. Staart me recht aan. Ik hem ook. 'Uhh ik mag zeker geen foto maken?', zeg ik nog. 'NEE', zegt ie. 'O uh ik haal het er meteen af'. 'Wilt u nog zien dat ik het eraf heb gehaald?' 'Nee', zegt ie, ik geloof het wel.
Ik heb geloof ik niet zo'n goede indruk achtergelaten vanmiddag.
Die man zal wel denken.
Ik wist dat ze voor weinig lampjes verkopen. 4 voor 1,50. Weer eens wat anders dan 1 voor 6,95 bij de HEMA.
Enfin, ik had dus 2 soorten lampjes nodig en ik zie dat de Xenos beide verkoopt. Van 1 soort was er nog maar 1 pakje en die was toevallig open.
Om te kijken of de fitting klopt maak ik het pakje ietsje verder open. Komt opperhoofd verkoper eraan. Ik zei meteen: 'niet schrikken, het was al open, ik wil alleen kijken of de fitting ok is'.
Ik had toevallig een oude lamp in doosje meegenomen en laat het hem zien.
'Die is hetzelfde', zegt ie.
Ik pak nog een ander pakje, ander model lampje, en loop naar beneden.
Zie ik me daar toch lieve veel te grote badeendjes met schattige mutsjes op. Ik pak mijn camera en maak een foto en wie zie ik: opperhoofd verkoper. Staart me recht aan. Ik hem ook. 'Uhh ik mag zeker geen foto maken?', zeg ik nog. 'NEE', zegt ie. 'O uh ik haal het er meteen af'. 'Wilt u nog zien dat ik het eraf heb gehaald?' 'Nee', zegt ie, ik geloof het wel.
Ik heb geloof ik niet zo'n goede indruk achtergelaten vanmiddag.
Die man zal wel denken.
Abonneren op:
Posts (Atom)