Volgens managers van een gokhal mag je dat niet zeggen, het is een speelhal.
Kan ik je bij deze vertellen dat de mensen die er gokken niet komen om te spelen maar gokken om geld.
Dat je er wint is een kleine kans, de gokautomaten zijn er niet voor jou maar voor de baas, die op zijn jacht op de Caribbean geniet van zijn whisky, zijn zwembroek net zo vaak omwisselt als zijn chickies en kaviaar. Hij vaart er wel bij.
Jaren geleden heb ik al beveiliger in een gokhal gewerkt. Ikzelf ben tegen gokken. Dat ik er werkte is een ander verhaal. Ik weet nog steeds niet hoe een gokkast werkt, ik heb nog steeds geen verstand van gokken. In die tijd dat ik er werkte heb ik niet 1x de moeite genomen om me daar in te verdiepen.
In zo'n gokhal kom je typische mensen tegen, vooral Chinezen, na werk komen ze hun geld in de kasten gooien. Chinezen zijn behoorlijke gokkers, er gaan bakken met geld in de kasten.
Dan zijn er nog mensen die 's ochtends al voor de deuren open gaan voor de deur staan. Om 10 uur ging de tent open. Kwam wel eens voor dat het een paar minuten later werd. Zodra de tellers, het personeel dus, nog niet klaar waren ging de tent niet open. Die voor de deur werden dan zenuwachtig, elke seconde telt.
Deze mensen zitten elke dag de hele dag in de gokhal, van 10.00 - 00.00 uur. 14 uur lang voor een kast.
Deze mensen zijn werkeloos en ik vraag me af waar ze het geld vandaan halen. Er gaan bij hen geen kwartjes in de kasten maar rijksdaalders, en heel veel.
Nu heb ik er als beveiliger niet veel meegemaakt. Mensen die er niet of nauwelijks komen of alleen even op zaterdagavond denken dat het een tent vol agressi is. In die tijd dat ik er werkte heb ik 2x meegemaakt dat een man op de kast sloeg omdat er geen geld uit kwam.
Nu kan ik mij dat wel voorstellen, die kasten staan er niet voor jou maar voor de baas, die op die jacht in de Caribbean met zijn chickies.
Dat de kasten zijn afgesteld geloof ik wel. Maar dat krijg je als beveiliger niet te horen.
Nu ken ik weinig mensen die daar komen maar ben in die tijd 2 bekenden tegen gekomen. Zo kwam ik een ex collega tegen die eruit was gezet.
Nu hebben ze een regel: wie 1 uur geen geld in een kast heeft gestopt gaat eruit. De beveiliging neemt je mee naar het agressiehokje, waar ook een camera hangt, en daar krijg je te horen dat je een uur geen geld in de kast hebt gestopt en daarna wordt je uitgelaten.
Ik heb dat zelf nooit gedaan. Ik keek ook niet naar mensen die niks doen, dat liet ik over aan de fanatieke collega's en managers.
Toen ik er niet meer werkte, het was overgenomen door een ander beveiligingsbedrijf, liep ik er natuurlijk vaak langs. Zo op een dag ook, een vrouwtje die daar ooit als kassamedewerkster werkte, werkte als koffiejuf, of ik ff een bakkie wil komen doen.
Zij was toen mijn favoriete kassamedewerkster, we hebben toen heel wat afgelachen.
Dus tuurlijk kom ik ff een bakkie doen en zo zaten we in het koffiehoekje, die eigenlijk nooit werd gebruikt en altijd leeg was.
We bepten wat af en het was gezellig.
Tot er opeens een beveiliger naast mij stond, of ik ff mee wil. Dus ik mee door de hal heen en jahoor, naar het agressiehokje. Hij deelde mij mee dat ik er een uur zit en geen geld in een kast had gegooid. Vertelde er ook bij dat hij wel wist dat ik er had gewerkt. En dat ik nu maar weg moest, opdracht van de manager.
In de tijd dat ik er werkte waren er drie managers, één daarvan was niet mijn favoriet en dat was toevallig die man die er die dag werkte. Nu had ik geen slechte band met hem maar hij had nogal een hoge dunk van zichzelf, een type bromsnor en handen op de rug.
Ipv dat hij zelf naar mij toe komt laat hij dat aan de beveiliging over. Wat een man.
Vooraan bij de ingang had je de kwartjes kasten. Daar zaten vooral de oudjes. Bonabakjes vol kwartjes. Ik noemde het Bonabakjes omdat de geldbakjes precies op boterbakjes lijken.
Zo op een dag vraagt een mevrouwtje of ik erbij wil komen staan, misschien dat ze dan eens wint. Misschien breng ik wel geluk, zei ze.
Ik zeg haar dat ik niks met gokken heb en eerder ongeluk breng. Ik bleef er een paar seconden staan en jahoor: Jackpot!!!
Mevrouwtje hardstikke blij en we moesten lachen.
De volgende dag ziet ze mij weer en vraagt of ik er weer bij wil staan. Ik blijf netjes naast haar staan en een paar seconden later maakte ze winst. We keken beide raar op. Ze had weer gewonnen. Mevrouwtje weer blij en zegt: 'zie je wel dat je geluk brengt'.
En de volgende dag hetzelfde verhaal. Dat was allemaal wel erg grappig.
Om 00.00 uur ging de tent dicht, dan begonnen we van achteren en stuurden we iedereen netjes naar de voordeur. Je moest geen seconde eerder beginnen, want elke seconde telt bij gokkers.
Alles wat je van achteren naar voren stuurde ging vooraan bij de deur verder. Die 5 minuten waren winst.
Maar wat is winst. Alles wat ze als laatste uit de kast halen is meegenomen en is in hun ogen winst. Al nemen ze 100 gulden (toen ik er werkte waren er nog guldens) mee en hebben ze 500 verloren, die 100 is de winst, vinden zij. Ik noem het 400 verlies.
Zo kwam ik op een dag mijn buurman tegen, hij hield 200 gulden omhoog: 'Buuv, ik heb 200 gulden gewonnen'.
Hij had wel meer geld achtergelaten in de kast.
Ik heb de buurvrouw nooit vertelt dat ik haar man daar heb gezien.
woensdag 10 februari 2010
dinsdag 9 februari 2010
Fictie of gewoon goed geschreven? (deel 2 van realisatie zeep soep)
Een paar weken geleden kwam er een collega boos naar mij toe met de mededeling dat wat ik over hem heb geschreven totaal niet overeenkomt met hemzelf.
Dat klopt ook, het ging nl ook niet over hem.
Hij bleef volhouden dat het over hem ging en niets van het verhaal klopte, ik bleef hem vertellen dat het verhaal niet over hem gaat en dat dat wel duidelijk is, want de realiteit klopt niet. Hij gaf het zelf al aan. Alleen had hij zelf niet door wat hij zei.
Hij noemde mij zelfs Inke. Hij moet zich wel erg ingeleefd hebben in het verhaal.
Dit deed me denken aan toen ik in de tweede klas van de lagere school zat, ik was een jaar of 7 en toen de middag-les begon kwam een klasgenootje, Linda, boos bij de juf. In haar handen een boekje van Jip en Janneke. Linda was boos omdat Jip iets tegen Janneke had gezegd en Linda had zich zo ingeleefd dat zij helemaal dacht dat ze Janneke was.
De juf vertelde dat het een verhaaltje is en dat is niet waar. Janneke is een heel ander meisje.
Na school kwam de moeder van Linda om Linda van school te halen. De juf riep de moeder er even bij en vertelde dat Linda zich wel heel erg inleefde in het boek van Jip en Janneke.
Linda's moeder wist het wel want Linda was eerst boos naar haar moeder gelopen. Omdat Linda niet te troosten was zei Linda's moeder: schrijf maar een briefje naar Annie MG Schmidt.
Het liep natuurlijk goed af met Linda. Het briefje is nooit geschreven. Linda's moeder kon Linda er van overtuigen dat Janneke een ander meisje is en Linda sliep weer als een roos.
Ja...sommige mensen kunnen dan toch erg goed schrijven.
Als je echt niet het verschil kunt zien tussen fictie en realiteit, raad ik aan eens het boek 'over lust en liefde' te lezen van Hugo Borst.
Veel leesplezier.
Dat klopt ook, het ging nl ook niet over hem.
Hij bleef volhouden dat het over hem ging en niets van het verhaal klopte, ik bleef hem vertellen dat het verhaal niet over hem gaat en dat dat wel duidelijk is, want de realiteit klopt niet. Hij gaf het zelf al aan. Alleen had hij zelf niet door wat hij zei.
Hij noemde mij zelfs Inke. Hij moet zich wel erg ingeleefd hebben in het verhaal.
Dit deed me denken aan toen ik in de tweede klas van de lagere school zat, ik was een jaar of 7 en toen de middag-les begon kwam een klasgenootje, Linda, boos bij de juf. In haar handen een boekje van Jip en Janneke. Linda was boos omdat Jip iets tegen Janneke had gezegd en Linda had zich zo ingeleefd dat zij helemaal dacht dat ze Janneke was.
De juf vertelde dat het een verhaaltje is en dat is niet waar. Janneke is een heel ander meisje.
Na school kwam de moeder van Linda om Linda van school te halen. De juf riep de moeder er even bij en vertelde dat Linda zich wel heel erg inleefde in het boek van Jip en Janneke.
Linda's moeder wist het wel want Linda was eerst boos naar haar moeder gelopen. Omdat Linda niet te troosten was zei Linda's moeder: schrijf maar een briefje naar Annie MG Schmidt.
Het liep natuurlijk goed af met Linda. Het briefje is nooit geschreven. Linda's moeder kon Linda er van overtuigen dat Janneke een ander meisje is en Linda sliep weer als een roos.
Ja...sommige mensen kunnen dan toch erg goed schrijven.
Als je echt niet het verschil kunt zien tussen fictie en realiteit, raad ik aan eens het boek 'over lust en liefde' te lezen van Hugo Borst.
Veel leesplezier.
zondag 7 februari 2010
Deel 15 van zeep soep - dinsdag 26 januari
Gisteren was het heel gezellig met Niek en Yumiko. Yumiko was blijven eten bij Inke en Niek.
Inke had pasta met room en courgette gemaakt en een paar flessen witte wijn er bij.
Ze hadden nog Triviant gedaan en Inke won.
Niek bracht Yumiko naar huis, ze wonen niet ver van elkaar.
Inke is vrij vandaag en thuis moet er toch eens wat gebeuren, de afwas van gisteren, keuken dweilen, was van de lijn, die al 4 dagen droog is. Droger kan het niet worden.
De sokken erin.....radio last fm op 10 en ze gaat ervoor.
Inmiddels is het 12 uur 's middags en Inke is klaar, zo alles aan kant. Inke gaat lunchen, maakt een broodje met pestokaas en een bak koffie en gaat internetten. Tijd voor blogs, Inke's hobby.
De laatste tijd heeft Inke veel inspiratie, zoals ze zelf zegt: een expansievat vol ideëen.
Als haar eerste blog klaar is gaat Inke een eindje fietsen, ze besluit om naar Scheveningen te gaan. Het is wel koud maar de zon schijnt, Inke neemt haar fotocamera mee.
Op Scheveningen aangekomen ziet ze veel mensen met vliegers, Inke maakt foto's.
Inke stapt op de fiets om richting de boulevard te rijden.
Ze zet haar fiets aan een paal en loopt het strand op, erg veel om foto's te maken is er niet, alleen zeemeeuwen en zand. Inke loopt nog een stukje verder naar de Pier.
Inke ziet iemand zwemmen. 'Jee koud', denkt ze. 'Liever hij dan ik'.
Dan hoort ze roepen,'dat moet die in het water zijn', denkt Inke en ze neemt een sprintje.
Ze ziet twee armen wat raar heen en weer bewegen, Inke pakt haar mobiel en belt 112. Na het gesprek rent Inke naar de waterkant, intussen is een man in zee gedoken en zwemt naar de man toe. Inmiddels arriveert de ambulance en de reddingsdienst, zij gaan met een bootje het water in.
Intussen filmt Inke wat er allemaal gebeurd, ze kan toch niets doen.
In no-time worden beide mannen uit het water gehaald, ook de redder. Met hem was niks aan de hand maar hij mag toch mee de boot in. De zee is gevaarlijk en nog iemand in nood willen ze er niet bij.
Inmiddels is er een persfotograaf bijgekomen, hij vraagt aan Inke wie de melding heeft gemaakt.
Hij wil een foto van Inke maken.
Inke vraagt aan de ambulancemedewerker naar welk ziekenhuis de man wordt gebracht, dan kan Inke op bezoek.
's Avonds gaat Inke op bezoek bij de man, hij ziet er goed uit en hij heeft geen letsel, morgen mag hij naar huis. Hij mag een nachtje blijven ter observatie.
De man bedankt Inke wel 10x.
De man zegt dat hij Herr Messcher heet en de ambassadeur is van de Duitse ambassade in Scheveningen. Hij is Inke zo dankbaar dat hij Inke wil uitnodigen bij hem en zijn vrouw op de Residentie. Inke springt een gat in de lucht.
Ze geeft haar telefoonnummer.
Inke had pasta met room en courgette gemaakt en een paar flessen witte wijn er bij.
Ze hadden nog Triviant gedaan en Inke won.
Niek bracht Yumiko naar huis, ze wonen niet ver van elkaar.
Inke is vrij vandaag en thuis moet er toch eens wat gebeuren, de afwas van gisteren, keuken dweilen, was van de lijn, die al 4 dagen droog is. Droger kan het niet worden.
De sokken erin.....radio last fm op 10 en ze gaat ervoor.
Inmiddels is het 12 uur 's middags en Inke is klaar, zo alles aan kant. Inke gaat lunchen, maakt een broodje met pestokaas en een bak koffie en gaat internetten. Tijd voor blogs, Inke's hobby.
De laatste tijd heeft Inke veel inspiratie, zoals ze zelf zegt: een expansievat vol ideëen.
Als haar eerste blog klaar is gaat Inke een eindje fietsen, ze besluit om naar Scheveningen te gaan. Het is wel koud maar de zon schijnt, Inke neemt haar fotocamera mee.
Op Scheveningen aangekomen ziet ze veel mensen met vliegers, Inke maakt foto's.
Inke stapt op de fiets om richting de boulevard te rijden.
Ze zet haar fiets aan een paal en loopt het strand op, erg veel om foto's te maken is er niet, alleen zeemeeuwen en zand. Inke loopt nog een stukje verder naar de Pier.
Inke ziet iemand zwemmen. 'Jee koud', denkt ze. 'Liever hij dan ik'.
Dan hoort ze roepen,'dat moet die in het water zijn', denkt Inke en ze neemt een sprintje.
Ze ziet twee armen wat raar heen en weer bewegen, Inke pakt haar mobiel en belt 112. Na het gesprek rent Inke naar de waterkant, intussen is een man in zee gedoken en zwemt naar de man toe. Inmiddels arriveert de ambulance en de reddingsdienst, zij gaan met een bootje het water in.
Intussen filmt Inke wat er allemaal gebeurd, ze kan toch niets doen.
In no-time worden beide mannen uit het water gehaald, ook de redder. Met hem was niks aan de hand maar hij mag toch mee de boot in. De zee is gevaarlijk en nog iemand in nood willen ze er niet bij.
Inmiddels is er een persfotograaf bijgekomen, hij vraagt aan Inke wie de melding heeft gemaakt.
Hij wil een foto van Inke maken.
Inke vraagt aan de ambulancemedewerker naar welk ziekenhuis de man wordt gebracht, dan kan Inke op bezoek.
's Avonds gaat Inke op bezoek bij de man, hij ziet er goed uit en hij heeft geen letsel, morgen mag hij naar huis. Hij mag een nachtje blijven ter observatie.
De man bedankt Inke wel 10x.
De man zegt dat hij Herr Messcher heet en de ambassadeur is van de Duitse ambassade in Scheveningen. Hij is Inke zo dankbaar dat hij Inke wil uitnodigen bij hem en zijn vrouw op de Residentie. Inke springt een gat in de lucht.
Ze geeft haar telefoonnummer.
De vogelspotter
Laurens spot vogels.
Zegt hij.
De politie gelooft hem niet.
De rechter ook niet.
Een vogelspotter draagt een groen jasje, groene broek en een hoed met een veer erin.
Laurens wijkt daar nogal vanaf; magere man van 44, trainingspak, Nike gympen, lang haar en een snor.
En vogelspotten doe je in het bos.
Laurens is betrapt achter de meisjesschool en die staat niet in het bos.
De enige overeenkomst tussen Laurens en een vogelspotter is de verrekijker.
Bij de politie kwam er een melding binnen, er staat een vreemde vent bij een meisjesschool met een verrekijker.
De politie gaat erheen en vindt daar Laurens, op een stoel met een verrekijker kijkt hij over de schutting, zijn ene hand in zijn broek.
De politie vraagt wat hij daar doet. 'Vogels kijken', zegt Laurens.
Beide agenten kijken om zich heen: 'Wij zien geen vogels, u wel?'
'Ja, ja, kijk maar', zegt Laurens. Hij wijst naar de lucht en kijkt door zijn verrekijker. 'Een roodborstje, heel zeldzaam deze tijd van het jaar'.
'U kijkt vast naar andere borstjes', zegt de agent.
'Ja, ja natuurlijk, ik ben een man en iedereen man kijkt graag naar de vrouwtjes, u toch ook?'
'Ja', zegt de agent, gaat u maar even met ons mee'.
Laurens gaat met de surveillancewagen mee naar het politiebureau en in het verhoorkamertje wordt hij verhoord. Laurens is 'zich van geen kwaad bewust'.
Laurens verklaart dat hij vogels spot. 'Heel interesant', zegt hij. 'Toen ik klein was had ik interesse in allerlei vogels maar we hadden geen geld voor een verrekijker'.
De agenten geloven hem niet.
Laurens blijft zeggen dat hij van vogels houdt.
De agenten vertellen dat de buren hem al vaker hadden gezien. Met in zijn ene had de verrekijker en de andere in zijn broek. En achter de schutting bevindt zich de gymzaal van een meisjesschool. Een school voor meisjes van 12-16 jaar.
En dat je vogelspotten niet over de schutting van een meisjesschool doet maar in het bos.
Laurens zegt dat hij van vogels houdt.
De agenten geven het op. Ze sluiten Laurens op en de volgende dag moet hij naar de rechtzaal voor verhoor.
De rechter heeft zijn dossier gelezen; Laurens, 44 jaar, drugsverleden en beroep: lanterfanter. 12 Ambachten en 13 ongelukken.
Laurens heeft er in die 44 jaar een puinhoop van gemaakt.
'U heeft een bijzonder leven', zegt de rechter.
'Ja', glimlacht Laurens, om zich heen kijkend.
'U vindt uw leven wel geslaagd?' 'U lacht zo om u heen', vraagt de rechter.
'Ja hoor', zegt Laurens. En lacht en kijkt weer om zich heen.
Niemand lacht.
'Tja', zegt de rechter, 'u ziet hier vandaag niet voor niets', 'kunt u mij eens vertellen waarom u daar stond, met uw verrelijker achter de schutting van een meisjesschool'.
'Ik spot vogels', zegt Laurens.
'U spot vogels', zegt de rechter.
Laurens lacht en kijkt weer om zich heen.
Nog steeds niemand lacht.
'Meneer Laurens, ik geloof niet dat u dat aan het doen was'. 'Een vogelspotter bevindt zich in het bos en niet op een stoel achter de schutting van een meisjesschool'.
Laurens doet zijn armen omhoog en zegt iets van 'tja'. Hij lacht en kijkt weer om zich heen.
Nog steeds niemand lacht en Laurens kijkt weer naar de rechter.
De rechter verklaart hem schuldig, Laurens mag 3 maanden naar de gevangenis.
Een cel voor hem alleen met een raampje naar buiten, midden in het bos.
Hij mag zijn verrelijker meenemen.
Zegt hij.
De politie gelooft hem niet.
De rechter ook niet.
Een vogelspotter draagt een groen jasje, groene broek en een hoed met een veer erin.
Laurens wijkt daar nogal vanaf; magere man van 44, trainingspak, Nike gympen, lang haar en een snor.
En vogelspotten doe je in het bos.
Laurens is betrapt achter de meisjesschool en die staat niet in het bos.
De enige overeenkomst tussen Laurens en een vogelspotter is de verrekijker.
Bij de politie kwam er een melding binnen, er staat een vreemde vent bij een meisjesschool met een verrekijker.
De politie gaat erheen en vindt daar Laurens, op een stoel met een verrekijker kijkt hij over de schutting, zijn ene hand in zijn broek.
De politie vraagt wat hij daar doet. 'Vogels kijken', zegt Laurens.
Beide agenten kijken om zich heen: 'Wij zien geen vogels, u wel?'
'Ja, ja, kijk maar', zegt Laurens. Hij wijst naar de lucht en kijkt door zijn verrekijker. 'Een roodborstje, heel zeldzaam deze tijd van het jaar'.
'U kijkt vast naar andere borstjes', zegt de agent.
'Ja, ja natuurlijk, ik ben een man en iedereen man kijkt graag naar de vrouwtjes, u toch ook?'
'Ja', zegt de agent, gaat u maar even met ons mee'.
Laurens gaat met de surveillancewagen mee naar het politiebureau en in het verhoorkamertje wordt hij verhoord. Laurens is 'zich van geen kwaad bewust'.
Laurens verklaart dat hij vogels spot. 'Heel interesant', zegt hij. 'Toen ik klein was had ik interesse in allerlei vogels maar we hadden geen geld voor een verrekijker'.
De agenten geloven hem niet.
Laurens blijft zeggen dat hij van vogels houdt.
De agenten vertellen dat de buren hem al vaker hadden gezien. Met in zijn ene had de verrekijker en de andere in zijn broek. En achter de schutting bevindt zich de gymzaal van een meisjesschool. Een school voor meisjes van 12-16 jaar.
En dat je vogelspotten niet over de schutting van een meisjesschool doet maar in het bos.
Laurens zegt dat hij van vogels houdt.
De agenten geven het op. Ze sluiten Laurens op en de volgende dag moet hij naar de rechtzaal voor verhoor.
De rechter heeft zijn dossier gelezen; Laurens, 44 jaar, drugsverleden en beroep: lanterfanter. 12 Ambachten en 13 ongelukken.
Laurens heeft er in die 44 jaar een puinhoop van gemaakt.
'U heeft een bijzonder leven', zegt de rechter.
'Ja', glimlacht Laurens, om zich heen kijkend.
'U vindt uw leven wel geslaagd?' 'U lacht zo om u heen', vraagt de rechter.
'Ja hoor', zegt Laurens. En lacht en kijkt weer om zich heen.
Niemand lacht.
'Tja', zegt de rechter, 'u ziet hier vandaag niet voor niets', 'kunt u mij eens vertellen waarom u daar stond, met uw verrelijker achter de schutting van een meisjesschool'.
'Ik spot vogels', zegt Laurens.
'U spot vogels', zegt de rechter.
Laurens lacht en kijkt weer om zich heen.
Nog steeds niemand lacht.
'Meneer Laurens, ik geloof niet dat u dat aan het doen was'. 'Een vogelspotter bevindt zich in het bos en niet op een stoel achter de schutting van een meisjesschool'.
Laurens doet zijn armen omhoog en zegt iets van 'tja'. Hij lacht en kijkt weer om zich heen.
Nog steeds niemand lacht en Laurens kijkt weer naar de rechter.
De rechter verklaart hem schuldig, Laurens mag 3 maanden naar de gevangenis.
Een cel voor hem alleen met een raampje naar buiten, midden in het bos.
Hij mag zijn verrelijker meenemen.
Deel 14 van zeep soep - maandag 25 januari
Maandag, Inke is vrij.
Gisteren is het laat geworden, Inke was mee naar de oefenruimte waar haar buurman Pieter met zijn band oefent.
Ze oefenen tot 23 uur en daarna zijn ze in de bar wat gaan drinken met de hele band en de andere bands die er oefenen. Inke kent iedereen dus werd het super gezellig.
Inke heeft niet altijd tijd en was een paar weken niet geweest dus er werd heel wat afgekletst.
Vrijdag heeft de band van Pieter een optreden en ze hebben gevraagd of Inke het licht wil verzorgen, Inke zegt geen nee, dus dat is ook weer geregeld.
Om 2 uur ging Inke met Pieter naar huis, beide op de fiets.
Thuis duikt Inke meteen haar bed in en de poes springt er naast, die slaapt altijd op bed naast Inke.
Inke heeft geen plannen voor maandag, eerst wat boodschappen en Niek komt eten. Niek houdt van pasta dus lekker makkelijk.
Na de boodschappen gaat Inke shoppen, het is uitverkoop, dus lekker goedkoop en de hele dag de tijd.
Tijdens het shoppen komt ze haar vriendin Yumiko tegen. Yumiko is een aantal jaar terug vanuit Japan in Nederland komen wonen, haar moeder is Nederlandse en haar vader Japanner.
Yumiko is ook vrij en was ook gaan shoppen, dus besluiten ze samen te gaan shoppen.
Inke ziet veel leuke kleding en koopt zich suf en Yumiko kan het ook niet laten.
De H&M is hun favoriete winkel en daar blijven ze een tijdje hangen. Yumiko koopt 2 broeken en 5 shirts en Inke 3 jurken en 2 shirtjes. Vol gepakt met tassen besluiten ze naar de pub te gaan want ze kunnen niks meer kopen, ze komen handen te kort.
Inke en Yumiko hebben elkaar al een tijd niet gezien, Yumiko werkt in Amsterdam in het museum als conservator. Daar is ze 5 en soms 6 dagen per week mee bezig en zodoende heeft ze niet veel tijd.
Inke en Yumiko bestellen ieder een Guinness en een portie scones met jam. Ze hebben een boel bij te praten. Inke heeft als beveiliger ooit bij Yumiko het in het museum gewerkt en daar hebben ze elkaar leren kennen.
Inke vraagt of ze vanavond mee wil eten, Niek komt ook. Niek en Yumiko hebben elkaar één keer ontmoet en dat is al een hele poos geleden. Yumiko slaat het aanbod niet af.
Na 2 Guinness biertjes en een soldaat gemaakte schaal scones met jam stappen de in de tram naar Inke's huis.
Gisteren is het laat geworden, Inke was mee naar de oefenruimte waar haar buurman Pieter met zijn band oefent.
Ze oefenen tot 23 uur en daarna zijn ze in de bar wat gaan drinken met de hele band en de andere bands die er oefenen. Inke kent iedereen dus werd het super gezellig.
Inke heeft niet altijd tijd en was een paar weken niet geweest dus er werd heel wat afgekletst.
Vrijdag heeft de band van Pieter een optreden en ze hebben gevraagd of Inke het licht wil verzorgen, Inke zegt geen nee, dus dat is ook weer geregeld.
Om 2 uur ging Inke met Pieter naar huis, beide op de fiets.
Thuis duikt Inke meteen haar bed in en de poes springt er naast, die slaapt altijd op bed naast Inke.
Inke heeft geen plannen voor maandag, eerst wat boodschappen en Niek komt eten. Niek houdt van pasta dus lekker makkelijk.
Na de boodschappen gaat Inke shoppen, het is uitverkoop, dus lekker goedkoop en de hele dag de tijd.
Tijdens het shoppen komt ze haar vriendin Yumiko tegen. Yumiko is een aantal jaar terug vanuit Japan in Nederland komen wonen, haar moeder is Nederlandse en haar vader Japanner.
Yumiko is ook vrij en was ook gaan shoppen, dus besluiten ze samen te gaan shoppen.
Inke ziet veel leuke kleding en koopt zich suf en Yumiko kan het ook niet laten.
De H&M is hun favoriete winkel en daar blijven ze een tijdje hangen. Yumiko koopt 2 broeken en 5 shirts en Inke 3 jurken en 2 shirtjes. Vol gepakt met tassen besluiten ze naar de pub te gaan want ze kunnen niks meer kopen, ze komen handen te kort.
Inke en Yumiko hebben elkaar al een tijd niet gezien, Yumiko werkt in Amsterdam in het museum als conservator. Daar is ze 5 en soms 6 dagen per week mee bezig en zodoende heeft ze niet veel tijd.
Inke en Yumiko bestellen ieder een Guinness en een portie scones met jam. Ze hebben een boel bij te praten. Inke heeft als beveiliger ooit bij Yumiko het in het museum gewerkt en daar hebben ze elkaar leren kennen.
Inke vraagt of ze vanavond mee wil eten, Niek komt ook. Niek en Yumiko hebben elkaar één keer ontmoet en dat is al een hele poos geleden. Yumiko slaat het aanbod niet af.
Na 2 Guinness biertjes en een soldaat gemaakte schaal scones met jam stappen de in de tram naar Inke's huis.
Rondleiding
Vrijdag kwam ik een goede vriend van mij tegen, hij werkt op het Gymnasium Haganum in Den Haag, of ik mee wil voor een rondleiding. Dat sloeg ik niet af natuurlijk en heb een aantal foto's gemaakt.
zaterdag 6 februari 2010
Lynchpartij
Ze waren hem helemaal zat: hun baas. Hij moest en zou dood.
Carla en Clara werken al vier jaar voor hem. In het begin ging het goed maar opeens draaide hij door. Hij zwaaide met de scepter en was genadeloos. Hij uitte dreigementen en chanteerde zijn werknemers.
Dat is nu al zo'n jaar of twee. Beide hadden al eens een klacht ingediend maar volgens de regels moeten de klachten bij hem afgehandeld worden en zodoende verscheurde hij ze onder het mom van: onterechte klacht.
Dus pikten Carla en Clara het niet meer.
In de pauze's bedachten ze dat daar een einde aan moest komen. Na een aantal pauze's en een aantal dagen en vele bakken koffie kwamen ze tot een conclusie: hij moet gelynched worden.
Alleen rees nog de vraag: hoe?
In de pauze's zonderden ze zich af van de andere werknemers, want immers, niemand mocht het weten. Het moet niet de bedoeling zijn dat ze gepakt worden, dan was alles voor niets.
Maandags om 12 uur zitten Carla en Clara in de pauze aan een bak tomatensoep, Clara roert er met haar lepel in en zegt: 'bloed, bloed, dit is zijn bloed'. Carla ligt helemaal in een deuk. Ze doet mee: 'bloed, dood, dood moet je'.
'We gooien 'm voor de trein', zegt Clara. 'Ja, ja', zegt Carla, 'vind jij maar eens een leeg perron en zie jij hem al met de trein gaan?' 'Nee die krijg je daar niet naartoe, we moeten iets anders verzinnen'.
'We sabborteren de remkabels van zijn auto', zegt Clara. 'Nee gaat niet lukken, dat onderzoeken ze en, zie jij jezelf al onder een auto liggen?', zegt Carla.
De pauze is voorbij en ze gaan weer aan het werk.
Dinsdags hebben ze weer pauze en ze gaan weer aan hun eigen tafeltje zitten.
Clara had de nacht niet goed geslapen, ze zat vol ideetjes om hun baas van kant te maken.
'Knikkers op de trap en aan het eind punaises, dat ie er met zijn gezicht invalt', zegt Clara. 'Ja Claar, hallo, daar gaat ie niet dood aan', zegt Carla. 'Ja maar hij krijgt er wel een rot kop van', zegt Clara. En ze liggen compleet in een deuk.
'We sturen hem op vakantie naar de sneeuw en dan komt er een lawine die hij niet overleefd', zegt Clara. 'Ja en regel jij dan dat de lawine precies komt als hij er op zijn skies staat?'.
"Hm shit, nee gaat ook niet', zegt Clara.
En ze nemen nog een kop koffie. De pauze is weer voorbij.
Woensdag om 12 uur zitten Carla en Clara weer in de kantine. 'Als we 'm eens met een knuppel slaan en in de vuilnisbak stoppen? Dan komt de vuilnisman en die neemt hem mee, dan wordt hij vermorzeld in de vuilniswagen en voilá, weg is hij', zegt Clara.
Clara en Carla komen niet meer bij van het lachen.
'Nee doe maar niet, teveel buren die ons zullen zien', zegt Carla.
'Ik hoorde iets over gifgas', zegt Clara. 'Dan spuiten we het 's avonds in zijn auto en als hij 's ochtends in de auto stapt merkt hij niets en sterft een langzame dood'.
'Ok en waar haal jij dat gas? In de buurtsuper?' 'Uhh, slecht idee zeker, hè Car?'
'Damn, kunnen we hem niet gewoon stenigen?' Clara pakt haar koffiekopje en houdt het in de lucht: 'zo boven op zijn bakkus, dat ie niks meer zegt'. Carla en Clara gieren het uit van het lachen.
De pauze is voorbij en de dames gaan weer aan het werk.
Donderdag.
Clara en Carla zitten weer aan de lunch in de kantine. Een daadwerkelijke oplossing hadden ze nog niet. 'Maar die komt wel'. Had Carla gezegd. 'De tijd komt'.
'Mijn buurman heeft een sjovel en doet in zand', zegt Clara. 'Als die nu eens een berg zand overhem heen gooit, een beetje per ongeluk, dan stikt hij'. 'Nee, dan zit je buurman straks in de gevangenis, vind je dat leuk?' 'Hij slaat zijn vrouw, dan hebben we wel twee vliegen in één klap', zegt Clara. En ze liggen in een deuk.
'We sturen hem op een cursus boksen, één rechtse en hij is gevloerd', zegt Clara. Ze begint de giechelen en maakt een vuist en zet het tegen de wang van Carla. 'En dan sturen we er van die grote bodybuilders op af en die slaan hem tot appelmoes', zegt Carla. Ze liggen nog meer in een deuk en houden het niet meer. Ze rennen naar het toilet en giechelen nog steeds.
Vrijdag ochtend fietsen Carla en Clara naar hun werk, het heeft gesneeuwd en het is glad, Voor hen rijdt een auto veel te hard, ze zien hem nog slippen, de auto spint en komt tegen een boom. Ze horen een keiharde boem. Carla en Clara fietsen er naartoe. Van de bestuurder is niet veel over, zijn hoofd is door de voorruit gegaan en overal in de auto liggen stukjes huid.
De politie en ambulance komen er aan, Carla en Clara moeten opzij. Van een afstand kijken ze nog even. 'Die doet het niet meer', zegt Clara. 'Nee, zegt Carla, maar goed ook, heel je leven zou naar de klote zijn'.
Carla en Clara stappen weer op de fiets en vervolgen hun weg naar het werk.
Om 12 uur hebben ze pauze en in de kantine hangt een mededeling: 'vandaag is door een ongeval onze baas ter plekke overleden'.
Clara en Carla kijken elkaar verschrikt aan en beginnen keihard te lachen.
Carla en Clara werken al vier jaar voor hem. In het begin ging het goed maar opeens draaide hij door. Hij zwaaide met de scepter en was genadeloos. Hij uitte dreigementen en chanteerde zijn werknemers.
Dat is nu al zo'n jaar of twee. Beide hadden al eens een klacht ingediend maar volgens de regels moeten de klachten bij hem afgehandeld worden en zodoende verscheurde hij ze onder het mom van: onterechte klacht.
Dus pikten Carla en Clara het niet meer.
In de pauze's bedachten ze dat daar een einde aan moest komen. Na een aantal pauze's en een aantal dagen en vele bakken koffie kwamen ze tot een conclusie: hij moet gelynched worden.
Alleen rees nog de vraag: hoe?
In de pauze's zonderden ze zich af van de andere werknemers, want immers, niemand mocht het weten. Het moet niet de bedoeling zijn dat ze gepakt worden, dan was alles voor niets.
Maandags om 12 uur zitten Carla en Clara in de pauze aan een bak tomatensoep, Clara roert er met haar lepel in en zegt: 'bloed, bloed, dit is zijn bloed'. Carla ligt helemaal in een deuk. Ze doet mee: 'bloed, dood, dood moet je'.
'We gooien 'm voor de trein', zegt Clara. 'Ja, ja', zegt Carla, 'vind jij maar eens een leeg perron en zie jij hem al met de trein gaan?' 'Nee die krijg je daar niet naartoe, we moeten iets anders verzinnen'.
'We sabborteren de remkabels van zijn auto', zegt Clara. 'Nee gaat niet lukken, dat onderzoeken ze en, zie jij jezelf al onder een auto liggen?', zegt Carla.
De pauze is voorbij en ze gaan weer aan het werk.
Dinsdags hebben ze weer pauze en ze gaan weer aan hun eigen tafeltje zitten.
Clara had de nacht niet goed geslapen, ze zat vol ideetjes om hun baas van kant te maken.
'Knikkers op de trap en aan het eind punaises, dat ie er met zijn gezicht invalt', zegt Clara. 'Ja Claar, hallo, daar gaat ie niet dood aan', zegt Carla. 'Ja maar hij krijgt er wel een rot kop van', zegt Clara. En ze liggen compleet in een deuk.
'We sturen hem op vakantie naar de sneeuw en dan komt er een lawine die hij niet overleefd', zegt Clara. 'Ja en regel jij dan dat de lawine precies komt als hij er op zijn skies staat?'.
"Hm shit, nee gaat ook niet', zegt Clara.
En ze nemen nog een kop koffie. De pauze is weer voorbij.
Woensdag om 12 uur zitten Carla en Clara weer in de kantine. 'Als we 'm eens met een knuppel slaan en in de vuilnisbak stoppen? Dan komt de vuilnisman en die neemt hem mee, dan wordt hij vermorzeld in de vuilniswagen en voilá, weg is hij', zegt Clara.
Clara en Carla komen niet meer bij van het lachen.
'Nee doe maar niet, teveel buren die ons zullen zien', zegt Carla.
'Ik hoorde iets over gifgas', zegt Clara. 'Dan spuiten we het 's avonds in zijn auto en als hij 's ochtends in de auto stapt merkt hij niets en sterft een langzame dood'.
'Ok en waar haal jij dat gas? In de buurtsuper?' 'Uhh, slecht idee zeker, hè Car?'
'Damn, kunnen we hem niet gewoon stenigen?' Clara pakt haar koffiekopje en houdt het in de lucht: 'zo boven op zijn bakkus, dat ie niks meer zegt'. Carla en Clara gieren het uit van het lachen.
De pauze is voorbij en de dames gaan weer aan het werk.
Donderdag.
Clara en Carla zitten weer aan de lunch in de kantine. Een daadwerkelijke oplossing hadden ze nog niet. 'Maar die komt wel'. Had Carla gezegd. 'De tijd komt'.
'Mijn buurman heeft een sjovel en doet in zand', zegt Clara. 'Als die nu eens een berg zand overhem heen gooit, een beetje per ongeluk, dan stikt hij'. 'Nee, dan zit je buurman straks in de gevangenis, vind je dat leuk?' 'Hij slaat zijn vrouw, dan hebben we wel twee vliegen in één klap', zegt Clara. En ze liggen in een deuk.
'We sturen hem op een cursus boksen, één rechtse en hij is gevloerd', zegt Clara. Ze begint de giechelen en maakt een vuist en zet het tegen de wang van Carla. 'En dan sturen we er van die grote bodybuilders op af en die slaan hem tot appelmoes', zegt Carla. Ze liggen nog meer in een deuk en houden het niet meer. Ze rennen naar het toilet en giechelen nog steeds.
Vrijdag ochtend fietsen Carla en Clara naar hun werk, het heeft gesneeuwd en het is glad, Voor hen rijdt een auto veel te hard, ze zien hem nog slippen, de auto spint en komt tegen een boom. Ze horen een keiharde boem. Carla en Clara fietsen er naartoe. Van de bestuurder is niet veel over, zijn hoofd is door de voorruit gegaan en overal in de auto liggen stukjes huid.
De politie en ambulance komen er aan, Carla en Clara moeten opzij. Van een afstand kijken ze nog even. 'Die doet het niet meer', zegt Clara. 'Nee, zegt Carla, maar goed ook, heel je leven zou naar de klote zijn'.
Carla en Clara stappen weer op de fiets en vervolgen hun weg naar het werk.
Om 12 uur hebben ze pauze en in de kantine hangt een mededeling: 'vandaag is door een ongeval onze baas ter plekke overleden'.
Clara en Carla kijken elkaar verschrikt aan en beginnen keihard te lachen.
Abonneren op:
Posts (Atom)