Gisteren was het heel gezellig met Niek en Yumiko. Yumiko was blijven eten bij Inke en Niek.
Inke had pasta met room en courgette gemaakt en een paar flessen witte wijn er bij.
Ze hadden nog Triviant gedaan en Inke won.
Niek bracht Yumiko naar huis, ze wonen niet ver van elkaar.
Inke is vrij vandaag en thuis moet er toch eens wat gebeuren, de afwas van gisteren, keuken dweilen, was van de lijn, die al 4 dagen droog is. Droger kan het niet worden.
De sokken erin.....radio last fm op 10 en ze gaat ervoor.
Inmiddels is het 12 uur 's middags en Inke is klaar, zo alles aan kant. Inke gaat lunchen, maakt een broodje met pestokaas en een bak koffie en gaat internetten. Tijd voor blogs, Inke's hobby.
De laatste tijd heeft Inke veel inspiratie, zoals ze zelf zegt: een expansievat vol ideëen.
Als haar eerste blog klaar is gaat Inke een eindje fietsen, ze besluit om naar Scheveningen te gaan. Het is wel koud maar de zon schijnt, Inke neemt haar fotocamera mee.
Op Scheveningen aangekomen ziet ze veel mensen met vliegers, Inke maakt foto's.
Inke stapt op de fiets om richting de boulevard te rijden.
Ze zet haar fiets aan een paal en loopt het strand op, erg veel om foto's te maken is er niet, alleen zeemeeuwen en zand. Inke loopt nog een stukje verder naar de Pier.
Inke ziet iemand zwemmen. 'Jee koud', denkt ze. 'Liever hij dan ik'.
Dan hoort ze roepen,'dat moet die in het water zijn', denkt Inke en ze neemt een sprintje.
Ze ziet twee armen wat raar heen en weer bewegen, Inke pakt haar mobiel en belt 112. Na het gesprek rent Inke naar de waterkant, intussen is een man in zee gedoken en zwemt naar de man toe. Inmiddels arriveert de ambulance en de reddingsdienst, zij gaan met een bootje het water in.
Intussen filmt Inke wat er allemaal gebeurd, ze kan toch niets doen.
In no-time worden beide mannen uit het water gehaald, ook de redder. Met hem was niks aan de hand maar hij mag toch mee de boot in. De zee is gevaarlijk en nog iemand in nood willen ze er niet bij.
Inmiddels is er een persfotograaf bijgekomen, hij vraagt aan Inke wie de melding heeft gemaakt.
Hij wil een foto van Inke maken.
Inke vraagt aan de ambulancemedewerker naar welk ziekenhuis de man wordt gebracht, dan kan Inke op bezoek.
's Avonds gaat Inke op bezoek bij de man, hij ziet er goed uit en hij heeft geen letsel, morgen mag hij naar huis. Hij mag een nachtje blijven ter observatie.
De man bedankt Inke wel 10x.
De man zegt dat hij Herr Messcher heet en de ambassadeur is van de Duitse ambassade in Scheveningen. Hij is Inke zo dankbaar dat hij Inke wil uitnodigen bij hem en zijn vrouw op de Residentie. Inke springt een gat in de lucht.
Ze geeft haar telefoonnummer.
zondag 7 februari 2010
De vogelspotter
Laurens spot vogels.
Zegt hij.
De politie gelooft hem niet.
De rechter ook niet.
Een vogelspotter draagt een groen jasje, groene broek en een hoed met een veer erin.
Laurens wijkt daar nogal vanaf; magere man van 44, trainingspak, Nike gympen, lang haar en een snor.
En vogelspotten doe je in het bos.
Laurens is betrapt achter de meisjesschool en die staat niet in het bos.
De enige overeenkomst tussen Laurens en een vogelspotter is de verrekijker.
Bij de politie kwam er een melding binnen, er staat een vreemde vent bij een meisjesschool met een verrekijker.
De politie gaat erheen en vindt daar Laurens, op een stoel met een verrekijker kijkt hij over de schutting, zijn ene hand in zijn broek.
De politie vraagt wat hij daar doet. 'Vogels kijken', zegt Laurens.
Beide agenten kijken om zich heen: 'Wij zien geen vogels, u wel?'
'Ja, ja, kijk maar', zegt Laurens. Hij wijst naar de lucht en kijkt door zijn verrekijker. 'Een roodborstje, heel zeldzaam deze tijd van het jaar'.
'U kijkt vast naar andere borstjes', zegt de agent.
'Ja, ja natuurlijk, ik ben een man en iedereen man kijkt graag naar de vrouwtjes, u toch ook?'
'Ja', zegt de agent, gaat u maar even met ons mee'.
Laurens gaat met de surveillancewagen mee naar het politiebureau en in het verhoorkamertje wordt hij verhoord. Laurens is 'zich van geen kwaad bewust'.
Laurens verklaart dat hij vogels spot. 'Heel interesant', zegt hij. 'Toen ik klein was had ik interesse in allerlei vogels maar we hadden geen geld voor een verrekijker'.
De agenten geloven hem niet.
Laurens blijft zeggen dat hij van vogels houdt.
De agenten vertellen dat de buren hem al vaker hadden gezien. Met in zijn ene had de verrekijker en de andere in zijn broek. En achter de schutting bevindt zich de gymzaal van een meisjesschool. Een school voor meisjes van 12-16 jaar.
En dat je vogelspotten niet over de schutting van een meisjesschool doet maar in het bos.
Laurens zegt dat hij van vogels houdt.
De agenten geven het op. Ze sluiten Laurens op en de volgende dag moet hij naar de rechtzaal voor verhoor.
De rechter heeft zijn dossier gelezen; Laurens, 44 jaar, drugsverleden en beroep: lanterfanter. 12 Ambachten en 13 ongelukken.
Laurens heeft er in die 44 jaar een puinhoop van gemaakt.
'U heeft een bijzonder leven', zegt de rechter.
'Ja', glimlacht Laurens, om zich heen kijkend.
'U vindt uw leven wel geslaagd?' 'U lacht zo om u heen', vraagt de rechter.
'Ja hoor', zegt Laurens. En lacht en kijkt weer om zich heen.
Niemand lacht.
'Tja', zegt de rechter, 'u ziet hier vandaag niet voor niets', 'kunt u mij eens vertellen waarom u daar stond, met uw verrelijker achter de schutting van een meisjesschool'.
'Ik spot vogels', zegt Laurens.
'U spot vogels', zegt de rechter.
Laurens lacht en kijkt weer om zich heen.
Nog steeds niemand lacht.
'Meneer Laurens, ik geloof niet dat u dat aan het doen was'. 'Een vogelspotter bevindt zich in het bos en niet op een stoel achter de schutting van een meisjesschool'.
Laurens doet zijn armen omhoog en zegt iets van 'tja'. Hij lacht en kijkt weer om zich heen.
Nog steeds niemand lacht en Laurens kijkt weer naar de rechter.
De rechter verklaart hem schuldig, Laurens mag 3 maanden naar de gevangenis.
Een cel voor hem alleen met een raampje naar buiten, midden in het bos.
Hij mag zijn verrelijker meenemen.
Zegt hij.
De politie gelooft hem niet.
De rechter ook niet.
Een vogelspotter draagt een groen jasje, groene broek en een hoed met een veer erin.
Laurens wijkt daar nogal vanaf; magere man van 44, trainingspak, Nike gympen, lang haar en een snor.
En vogelspotten doe je in het bos.
Laurens is betrapt achter de meisjesschool en die staat niet in het bos.
De enige overeenkomst tussen Laurens en een vogelspotter is de verrekijker.
Bij de politie kwam er een melding binnen, er staat een vreemde vent bij een meisjesschool met een verrekijker.
De politie gaat erheen en vindt daar Laurens, op een stoel met een verrekijker kijkt hij over de schutting, zijn ene hand in zijn broek.
De politie vraagt wat hij daar doet. 'Vogels kijken', zegt Laurens.
Beide agenten kijken om zich heen: 'Wij zien geen vogels, u wel?'
'Ja, ja, kijk maar', zegt Laurens. Hij wijst naar de lucht en kijkt door zijn verrekijker. 'Een roodborstje, heel zeldzaam deze tijd van het jaar'.
'U kijkt vast naar andere borstjes', zegt de agent.
'Ja, ja natuurlijk, ik ben een man en iedereen man kijkt graag naar de vrouwtjes, u toch ook?'
'Ja', zegt de agent, gaat u maar even met ons mee'.
Laurens gaat met de surveillancewagen mee naar het politiebureau en in het verhoorkamertje wordt hij verhoord. Laurens is 'zich van geen kwaad bewust'.
Laurens verklaart dat hij vogels spot. 'Heel interesant', zegt hij. 'Toen ik klein was had ik interesse in allerlei vogels maar we hadden geen geld voor een verrekijker'.
De agenten geloven hem niet.
Laurens blijft zeggen dat hij van vogels houdt.
De agenten vertellen dat de buren hem al vaker hadden gezien. Met in zijn ene had de verrekijker en de andere in zijn broek. En achter de schutting bevindt zich de gymzaal van een meisjesschool. Een school voor meisjes van 12-16 jaar.
En dat je vogelspotten niet over de schutting van een meisjesschool doet maar in het bos.
Laurens zegt dat hij van vogels houdt.
De agenten geven het op. Ze sluiten Laurens op en de volgende dag moet hij naar de rechtzaal voor verhoor.
De rechter heeft zijn dossier gelezen; Laurens, 44 jaar, drugsverleden en beroep: lanterfanter. 12 Ambachten en 13 ongelukken.
Laurens heeft er in die 44 jaar een puinhoop van gemaakt.
'U heeft een bijzonder leven', zegt de rechter.
'Ja', glimlacht Laurens, om zich heen kijkend.
'U vindt uw leven wel geslaagd?' 'U lacht zo om u heen', vraagt de rechter.
'Ja hoor', zegt Laurens. En lacht en kijkt weer om zich heen.
Niemand lacht.
'Tja', zegt de rechter, 'u ziet hier vandaag niet voor niets', 'kunt u mij eens vertellen waarom u daar stond, met uw verrelijker achter de schutting van een meisjesschool'.
'Ik spot vogels', zegt Laurens.
'U spot vogels', zegt de rechter.
Laurens lacht en kijkt weer om zich heen.
Nog steeds niemand lacht.
'Meneer Laurens, ik geloof niet dat u dat aan het doen was'. 'Een vogelspotter bevindt zich in het bos en niet op een stoel achter de schutting van een meisjesschool'.
Laurens doet zijn armen omhoog en zegt iets van 'tja'. Hij lacht en kijkt weer om zich heen.
Nog steeds niemand lacht en Laurens kijkt weer naar de rechter.
De rechter verklaart hem schuldig, Laurens mag 3 maanden naar de gevangenis.
Een cel voor hem alleen met een raampje naar buiten, midden in het bos.
Hij mag zijn verrelijker meenemen.
Deel 14 van zeep soep - maandag 25 januari
Maandag, Inke is vrij.
Gisteren is het laat geworden, Inke was mee naar de oefenruimte waar haar buurman Pieter met zijn band oefent.
Ze oefenen tot 23 uur en daarna zijn ze in de bar wat gaan drinken met de hele band en de andere bands die er oefenen. Inke kent iedereen dus werd het super gezellig.
Inke heeft niet altijd tijd en was een paar weken niet geweest dus er werd heel wat afgekletst.
Vrijdag heeft de band van Pieter een optreden en ze hebben gevraagd of Inke het licht wil verzorgen, Inke zegt geen nee, dus dat is ook weer geregeld.
Om 2 uur ging Inke met Pieter naar huis, beide op de fiets.
Thuis duikt Inke meteen haar bed in en de poes springt er naast, die slaapt altijd op bed naast Inke.
Inke heeft geen plannen voor maandag, eerst wat boodschappen en Niek komt eten. Niek houdt van pasta dus lekker makkelijk.
Na de boodschappen gaat Inke shoppen, het is uitverkoop, dus lekker goedkoop en de hele dag de tijd.
Tijdens het shoppen komt ze haar vriendin Yumiko tegen. Yumiko is een aantal jaar terug vanuit Japan in Nederland komen wonen, haar moeder is Nederlandse en haar vader Japanner.
Yumiko is ook vrij en was ook gaan shoppen, dus besluiten ze samen te gaan shoppen.
Inke ziet veel leuke kleding en koopt zich suf en Yumiko kan het ook niet laten.
De H&M is hun favoriete winkel en daar blijven ze een tijdje hangen. Yumiko koopt 2 broeken en 5 shirts en Inke 3 jurken en 2 shirtjes. Vol gepakt met tassen besluiten ze naar de pub te gaan want ze kunnen niks meer kopen, ze komen handen te kort.
Inke en Yumiko hebben elkaar al een tijd niet gezien, Yumiko werkt in Amsterdam in het museum als conservator. Daar is ze 5 en soms 6 dagen per week mee bezig en zodoende heeft ze niet veel tijd.
Inke en Yumiko bestellen ieder een Guinness en een portie scones met jam. Ze hebben een boel bij te praten. Inke heeft als beveiliger ooit bij Yumiko het in het museum gewerkt en daar hebben ze elkaar leren kennen.
Inke vraagt of ze vanavond mee wil eten, Niek komt ook. Niek en Yumiko hebben elkaar één keer ontmoet en dat is al een hele poos geleden. Yumiko slaat het aanbod niet af.
Na 2 Guinness biertjes en een soldaat gemaakte schaal scones met jam stappen de in de tram naar Inke's huis.
Gisteren is het laat geworden, Inke was mee naar de oefenruimte waar haar buurman Pieter met zijn band oefent.
Ze oefenen tot 23 uur en daarna zijn ze in de bar wat gaan drinken met de hele band en de andere bands die er oefenen. Inke kent iedereen dus werd het super gezellig.
Inke heeft niet altijd tijd en was een paar weken niet geweest dus er werd heel wat afgekletst.
Vrijdag heeft de band van Pieter een optreden en ze hebben gevraagd of Inke het licht wil verzorgen, Inke zegt geen nee, dus dat is ook weer geregeld.
Om 2 uur ging Inke met Pieter naar huis, beide op de fiets.
Thuis duikt Inke meteen haar bed in en de poes springt er naast, die slaapt altijd op bed naast Inke.
Inke heeft geen plannen voor maandag, eerst wat boodschappen en Niek komt eten. Niek houdt van pasta dus lekker makkelijk.
Na de boodschappen gaat Inke shoppen, het is uitverkoop, dus lekker goedkoop en de hele dag de tijd.
Tijdens het shoppen komt ze haar vriendin Yumiko tegen. Yumiko is een aantal jaar terug vanuit Japan in Nederland komen wonen, haar moeder is Nederlandse en haar vader Japanner.
Yumiko is ook vrij en was ook gaan shoppen, dus besluiten ze samen te gaan shoppen.
Inke ziet veel leuke kleding en koopt zich suf en Yumiko kan het ook niet laten.
De H&M is hun favoriete winkel en daar blijven ze een tijdje hangen. Yumiko koopt 2 broeken en 5 shirts en Inke 3 jurken en 2 shirtjes. Vol gepakt met tassen besluiten ze naar de pub te gaan want ze kunnen niks meer kopen, ze komen handen te kort.
Inke en Yumiko hebben elkaar al een tijd niet gezien, Yumiko werkt in Amsterdam in het museum als conservator. Daar is ze 5 en soms 6 dagen per week mee bezig en zodoende heeft ze niet veel tijd.
Inke en Yumiko bestellen ieder een Guinness en een portie scones met jam. Ze hebben een boel bij te praten. Inke heeft als beveiliger ooit bij Yumiko het in het museum gewerkt en daar hebben ze elkaar leren kennen.
Inke vraagt of ze vanavond mee wil eten, Niek komt ook. Niek en Yumiko hebben elkaar één keer ontmoet en dat is al een hele poos geleden. Yumiko slaat het aanbod niet af.
Na 2 Guinness biertjes en een soldaat gemaakte schaal scones met jam stappen de in de tram naar Inke's huis.
Rondleiding
Vrijdag kwam ik een goede vriend van mij tegen, hij werkt op het Gymnasium Haganum in Den Haag, of ik mee wil voor een rondleiding. Dat sloeg ik niet af natuurlijk en heb een aantal foto's gemaakt.
zaterdag 6 februari 2010
Lynchpartij
Ze waren hem helemaal zat: hun baas. Hij moest en zou dood.
Carla en Clara werken al vier jaar voor hem. In het begin ging het goed maar opeens draaide hij door. Hij zwaaide met de scepter en was genadeloos. Hij uitte dreigementen en chanteerde zijn werknemers.
Dat is nu al zo'n jaar of twee. Beide hadden al eens een klacht ingediend maar volgens de regels moeten de klachten bij hem afgehandeld worden en zodoende verscheurde hij ze onder het mom van: onterechte klacht.
Dus pikten Carla en Clara het niet meer.
In de pauze's bedachten ze dat daar een einde aan moest komen. Na een aantal pauze's en een aantal dagen en vele bakken koffie kwamen ze tot een conclusie: hij moet gelynched worden.
Alleen rees nog de vraag: hoe?
In de pauze's zonderden ze zich af van de andere werknemers, want immers, niemand mocht het weten. Het moet niet de bedoeling zijn dat ze gepakt worden, dan was alles voor niets.
Maandags om 12 uur zitten Carla en Clara in de pauze aan een bak tomatensoep, Clara roert er met haar lepel in en zegt: 'bloed, bloed, dit is zijn bloed'. Carla ligt helemaal in een deuk. Ze doet mee: 'bloed, dood, dood moet je'.
'We gooien 'm voor de trein', zegt Clara. 'Ja, ja', zegt Carla, 'vind jij maar eens een leeg perron en zie jij hem al met de trein gaan?' 'Nee die krijg je daar niet naartoe, we moeten iets anders verzinnen'.
'We sabborteren de remkabels van zijn auto', zegt Clara. 'Nee gaat niet lukken, dat onderzoeken ze en, zie jij jezelf al onder een auto liggen?', zegt Carla.
De pauze is voorbij en ze gaan weer aan het werk.
Dinsdags hebben ze weer pauze en ze gaan weer aan hun eigen tafeltje zitten.
Clara had de nacht niet goed geslapen, ze zat vol ideetjes om hun baas van kant te maken.
'Knikkers op de trap en aan het eind punaises, dat ie er met zijn gezicht invalt', zegt Clara. 'Ja Claar, hallo, daar gaat ie niet dood aan', zegt Carla. 'Ja maar hij krijgt er wel een rot kop van', zegt Clara. En ze liggen compleet in een deuk.
'We sturen hem op vakantie naar de sneeuw en dan komt er een lawine die hij niet overleefd', zegt Clara. 'Ja en regel jij dan dat de lawine precies komt als hij er op zijn skies staat?'.
"Hm shit, nee gaat ook niet', zegt Clara.
En ze nemen nog een kop koffie. De pauze is weer voorbij.
Woensdag om 12 uur zitten Carla en Clara weer in de kantine. 'Als we 'm eens met een knuppel slaan en in de vuilnisbak stoppen? Dan komt de vuilnisman en die neemt hem mee, dan wordt hij vermorzeld in de vuilniswagen en voilá, weg is hij', zegt Clara.
Clara en Carla komen niet meer bij van het lachen.
'Nee doe maar niet, teveel buren die ons zullen zien', zegt Carla.
'Ik hoorde iets over gifgas', zegt Clara. 'Dan spuiten we het 's avonds in zijn auto en als hij 's ochtends in de auto stapt merkt hij niets en sterft een langzame dood'.
'Ok en waar haal jij dat gas? In de buurtsuper?' 'Uhh, slecht idee zeker, hè Car?'
'Damn, kunnen we hem niet gewoon stenigen?' Clara pakt haar koffiekopje en houdt het in de lucht: 'zo boven op zijn bakkus, dat ie niks meer zegt'. Carla en Clara gieren het uit van het lachen.
De pauze is voorbij en de dames gaan weer aan het werk.
Donderdag.
Clara en Carla zitten weer aan de lunch in de kantine. Een daadwerkelijke oplossing hadden ze nog niet. 'Maar die komt wel'. Had Carla gezegd. 'De tijd komt'.
'Mijn buurman heeft een sjovel en doet in zand', zegt Clara. 'Als die nu eens een berg zand overhem heen gooit, een beetje per ongeluk, dan stikt hij'. 'Nee, dan zit je buurman straks in de gevangenis, vind je dat leuk?' 'Hij slaat zijn vrouw, dan hebben we wel twee vliegen in één klap', zegt Clara. En ze liggen in een deuk.
'We sturen hem op een cursus boksen, één rechtse en hij is gevloerd', zegt Clara. Ze begint de giechelen en maakt een vuist en zet het tegen de wang van Carla. 'En dan sturen we er van die grote bodybuilders op af en die slaan hem tot appelmoes', zegt Carla. Ze liggen nog meer in een deuk en houden het niet meer. Ze rennen naar het toilet en giechelen nog steeds.
Vrijdag ochtend fietsen Carla en Clara naar hun werk, het heeft gesneeuwd en het is glad, Voor hen rijdt een auto veel te hard, ze zien hem nog slippen, de auto spint en komt tegen een boom. Ze horen een keiharde boem. Carla en Clara fietsen er naartoe. Van de bestuurder is niet veel over, zijn hoofd is door de voorruit gegaan en overal in de auto liggen stukjes huid.
De politie en ambulance komen er aan, Carla en Clara moeten opzij. Van een afstand kijken ze nog even. 'Die doet het niet meer', zegt Clara. 'Nee, zegt Carla, maar goed ook, heel je leven zou naar de klote zijn'.
Carla en Clara stappen weer op de fiets en vervolgen hun weg naar het werk.
Om 12 uur hebben ze pauze en in de kantine hangt een mededeling: 'vandaag is door een ongeval onze baas ter plekke overleden'.
Clara en Carla kijken elkaar verschrikt aan en beginnen keihard te lachen.
Carla en Clara werken al vier jaar voor hem. In het begin ging het goed maar opeens draaide hij door. Hij zwaaide met de scepter en was genadeloos. Hij uitte dreigementen en chanteerde zijn werknemers.
Dat is nu al zo'n jaar of twee. Beide hadden al eens een klacht ingediend maar volgens de regels moeten de klachten bij hem afgehandeld worden en zodoende verscheurde hij ze onder het mom van: onterechte klacht.
Dus pikten Carla en Clara het niet meer.
In de pauze's bedachten ze dat daar een einde aan moest komen. Na een aantal pauze's en een aantal dagen en vele bakken koffie kwamen ze tot een conclusie: hij moet gelynched worden.
Alleen rees nog de vraag: hoe?
In de pauze's zonderden ze zich af van de andere werknemers, want immers, niemand mocht het weten. Het moet niet de bedoeling zijn dat ze gepakt worden, dan was alles voor niets.
Maandags om 12 uur zitten Carla en Clara in de pauze aan een bak tomatensoep, Clara roert er met haar lepel in en zegt: 'bloed, bloed, dit is zijn bloed'. Carla ligt helemaal in een deuk. Ze doet mee: 'bloed, dood, dood moet je'.
'We gooien 'm voor de trein', zegt Clara. 'Ja, ja', zegt Carla, 'vind jij maar eens een leeg perron en zie jij hem al met de trein gaan?' 'Nee die krijg je daar niet naartoe, we moeten iets anders verzinnen'.
'We sabborteren de remkabels van zijn auto', zegt Clara. 'Nee gaat niet lukken, dat onderzoeken ze en, zie jij jezelf al onder een auto liggen?', zegt Carla.
De pauze is voorbij en ze gaan weer aan het werk.
Dinsdags hebben ze weer pauze en ze gaan weer aan hun eigen tafeltje zitten.
Clara had de nacht niet goed geslapen, ze zat vol ideetjes om hun baas van kant te maken.
'Knikkers op de trap en aan het eind punaises, dat ie er met zijn gezicht invalt', zegt Clara. 'Ja Claar, hallo, daar gaat ie niet dood aan', zegt Carla. 'Ja maar hij krijgt er wel een rot kop van', zegt Clara. En ze liggen compleet in een deuk.
'We sturen hem op vakantie naar de sneeuw en dan komt er een lawine die hij niet overleefd', zegt Clara. 'Ja en regel jij dan dat de lawine precies komt als hij er op zijn skies staat?'.
"Hm shit, nee gaat ook niet', zegt Clara.
En ze nemen nog een kop koffie. De pauze is weer voorbij.
Woensdag om 12 uur zitten Carla en Clara weer in de kantine. 'Als we 'm eens met een knuppel slaan en in de vuilnisbak stoppen? Dan komt de vuilnisman en die neemt hem mee, dan wordt hij vermorzeld in de vuilniswagen en voilá, weg is hij', zegt Clara.
Clara en Carla komen niet meer bij van het lachen.
'Nee doe maar niet, teveel buren die ons zullen zien', zegt Carla.
'Ik hoorde iets over gifgas', zegt Clara. 'Dan spuiten we het 's avonds in zijn auto en als hij 's ochtends in de auto stapt merkt hij niets en sterft een langzame dood'.
'Ok en waar haal jij dat gas? In de buurtsuper?' 'Uhh, slecht idee zeker, hè Car?'
'Damn, kunnen we hem niet gewoon stenigen?' Clara pakt haar koffiekopje en houdt het in de lucht: 'zo boven op zijn bakkus, dat ie niks meer zegt'. Carla en Clara gieren het uit van het lachen.
De pauze is voorbij en de dames gaan weer aan het werk.
Donderdag.
Clara en Carla zitten weer aan de lunch in de kantine. Een daadwerkelijke oplossing hadden ze nog niet. 'Maar die komt wel'. Had Carla gezegd. 'De tijd komt'.
'Mijn buurman heeft een sjovel en doet in zand', zegt Clara. 'Als die nu eens een berg zand overhem heen gooit, een beetje per ongeluk, dan stikt hij'. 'Nee, dan zit je buurman straks in de gevangenis, vind je dat leuk?' 'Hij slaat zijn vrouw, dan hebben we wel twee vliegen in één klap', zegt Clara. En ze liggen in een deuk.
'We sturen hem op een cursus boksen, één rechtse en hij is gevloerd', zegt Clara. Ze begint de giechelen en maakt een vuist en zet het tegen de wang van Carla. 'En dan sturen we er van die grote bodybuilders op af en die slaan hem tot appelmoes', zegt Carla. Ze liggen nog meer in een deuk en houden het niet meer. Ze rennen naar het toilet en giechelen nog steeds.
Vrijdag ochtend fietsen Carla en Clara naar hun werk, het heeft gesneeuwd en het is glad, Voor hen rijdt een auto veel te hard, ze zien hem nog slippen, de auto spint en komt tegen een boom. Ze horen een keiharde boem. Carla en Clara fietsen er naartoe. Van de bestuurder is niet veel over, zijn hoofd is door de voorruit gegaan en overal in de auto liggen stukjes huid.
De politie en ambulance komen er aan, Carla en Clara moeten opzij. Van een afstand kijken ze nog even. 'Die doet het niet meer', zegt Clara. 'Nee, zegt Carla, maar goed ook, heel je leven zou naar de klote zijn'.
Carla en Clara stappen weer op de fiets en vervolgen hun weg naar het werk.
Om 12 uur hebben ze pauze en in de kantine hangt een mededeling: 'vandaag is door een ongeval onze baas ter plekke overleden'.
Clara en Carla kijken elkaar verschrikt aan en beginnen keihard te lachen.
Peeno
Dik, vet, log, plomp, horkerig en vooral een lui varken: Peeno.
Op zijn 16e verliet hij het VMBO zonder enige motivatie.
Peeno woont thuis bij zijn moeder en drie jongere broertjes. Zijn vader is door zijn moeder het huis uitgeschopt omdat hij een lui varken was. Peeno heeft het dus niet van een vreemde.
De enige activiteit die zijn vader vertoonde was opstaan voor het eten, toilet en seks en zelfs daar had zijn vrouw niet veel te vertellen, 'ze moest maar'.
Peeno's moeder heeft geen baan buitenshuis, ze is huisvrouw, heeft haar handen vol aan vier kinderen. Koken, wassen, strijken, boodschappen doen enz. Dus leven ze van een uitkering.
Zodoende dat de moeder van Peeno heeft gezegd dat Peeno maar de handen uit de mouwen moest steken of anders kon hij het huis verlaten, want aan luiwammesen heeft ze niks.
Peeno wil wel werken als het maar een luizenbaantje is, anders niet. Hard werken wil hij niet. Zijn leven als lui varken is hem op het lijf geschreven.
Na maanden vind de moeder van Peeno een baantje voor hem: als portier. Zijn enige werkzaamheden, of eigenlijk: werkzaamheid, is de slagboom te open door een druk op een knopje. Dat is dan ook alles.
In die maanden heeft Peeno welgeteld één keer in de krant gekeken voor een baan, dat kostte hem te veel moeite, solliciteren is niet voor hem weggelegd. Hij gooide de krant door de kamer, pakte een zak chips en at zijn woede weg.
Zodoende dat zijn moeder actie had ondernomen en stuitte op een advertentie van portier.
Koekjesfabriek van Lunteren zocht een portier, werkzaamheden: knopje drukken om de slagboom te openen. Werktijden van 8.30 - 17.00 uur.
Zijn moeder schreef de brief en er kwam antwoord, Peeno mag op gesprek.
Zijn moeder ging dus mee op sollicitatiegesprek, dat kwam hun beide iets beter uit. Peeno is geen prater en zijn moeder wil hem aan het werk hebben. En zo zaten ze samen bij dhr. Van Lunteren zelf op kantoor.
Peeno's moeder had Peeno van te voren geïnstrueerd zo weinig mogelijk te zeggen want Peeno was nogal een botte hork en meestal kwam er niets zinnigs uit.
Inmiddels duurde het gesprek een half uur, Peeno had nog steeds niks gezegd, hij zat op de bank met zijn derde blikje sinas en inmiddels leeg gegeten pak Van Lunteren koekjes, tot meneer van Lunteren hem vroeg wat zijn motivatie was.
Peeno keek even op, keek zijn moeder aan, zijn moeder keek naar Peeno en zij gaf antwoord: 'Mijn lieve schat heeft een baan nodig, ik ben alleen met vier kinderen en Peeno moet eens op eigen benen staan'.
Meneer van Lunteren keek hem glimlachend aan en zei: 'Kleine jongens worden groot, de man in huis, een goede vader met een goede baan, dat is wat vrouwen willen'.
Meneer van Lunteren was heel content, glimlachte nog eens naar Peeno en zijn moeder en vertelde dat zijn ze zo snel mogelijk zou weten of de baan voor Peeno is.
Eén week later lag er een brief in de brievenbus van Koekjesfabriek van Lunteren, Peeno's moeder geeft de brief aan Peeno en vol verwachting kijkt ze hoe hij de brief uiteen rukt.
'Beste Peeno, bij deze wil ik u van harte feliciteren met de baan als portier, maandag kunt u beginnen'.
Peeno en zijn moeder springen een gat in de lucht en de andere kinderen komen er ook bij en ze springen en hossen door de kamer.
En zo begint Peeno's leven als knopjes drukker waar hij zijn hele leven hetzelfde werk zou blijven doen.
http://www.youtube.com/watch?v=fWq-tGbnUjI
Op zijn 16e verliet hij het VMBO zonder enige motivatie.
Peeno woont thuis bij zijn moeder en drie jongere broertjes. Zijn vader is door zijn moeder het huis uitgeschopt omdat hij een lui varken was. Peeno heeft het dus niet van een vreemde.
De enige activiteit die zijn vader vertoonde was opstaan voor het eten, toilet en seks en zelfs daar had zijn vrouw niet veel te vertellen, 'ze moest maar'.
Peeno's moeder heeft geen baan buitenshuis, ze is huisvrouw, heeft haar handen vol aan vier kinderen. Koken, wassen, strijken, boodschappen doen enz. Dus leven ze van een uitkering.
Zodoende dat de moeder van Peeno heeft gezegd dat Peeno maar de handen uit de mouwen moest steken of anders kon hij het huis verlaten, want aan luiwammesen heeft ze niks.
Peeno wil wel werken als het maar een luizenbaantje is, anders niet. Hard werken wil hij niet. Zijn leven als lui varken is hem op het lijf geschreven.
Na maanden vind de moeder van Peeno een baantje voor hem: als portier. Zijn enige werkzaamheden, of eigenlijk: werkzaamheid, is de slagboom te open door een druk op een knopje. Dat is dan ook alles.
In die maanden heeft Peeno welgeteld één keer in de krant gekeken voor een baan, dat kostte hem te veel moeite, solliciteren is niet voor hem weggelegd. Hij gooide de krant door de kamer, pakte een zak chips en at zijn woede weg.
Zodoende dat zijn moeder actie had ondernomen en stuitte op een advertentie van portier.
Koekjesfabriek van Lunteren zocht een portier, werkzaamheden: knopje drukken om de slagboom te openen. Werktijden van 8.30 - 17.00 uur.
Zijn moeder schreef de brief en er kwam antwoord, Peeno mag op gesprek.
Zijn moeder ging dus mee op sollicitatiegesprek, dat kwam hun beide iets beter uit. Peeno is geen prater en zijn moeder wil hem aan het werk hebben. En zo zaten ze samen bij dhr. Van Lunteren zelf op kantoor.
Peeno's moeder had Peeno van te voren geïnstrueerd zo weinig mogelijk te zeggen want Peeno was nogal een botte hork en meestal kwam er niets zinnigs uit.
Inmiddels duurde het gesprek een half uur, Peeno had nog steeds niks gezegd, hij zat op de bank met zijn derde blikje sinas en inmiddels leeg gegeten pak Van Lunteren koekjes, tot meneer van Lunteren hem vroeg wat zijn motivatie was.
Peeno keek even op, keek zijn moeder aan, zijn moeder keek naar Peeno en zij gaf antwoord: 'Mijn lieve schat heeft een baan nodig, ik ben alleen met vier kinderen en Peeno moet eens op eigen benen staan'.
Meneer van Lunteren keek hem glimlachend aan en zei: 'Kleine jongens worden groot, de man in huis, een goede vader met een goede baan, dat is wat vrouwen willen'.
Meneer van Lunteren was heel content, glimlachte nog eens naar Peeno en zijn moeder en vertelde dat zijn ze zo snel mogelijk zou weten of de baan voor Peeno is.
Eén week later lag er een brief in de brievenbus van Koekjesfabriek van Lunteren, Peeno's moeder geeft de brief aan Peeno en vol verwachting kijkt ze hoe hij de brief uiteen rukt.
'Beste Peeno, bij deze wil ik u van harte feliciteren met de baan als portier, maandag kunt u beginnen'.
Peeno en zijn moeder springen een gat in de lucht en de andere kinderen komen er ook bij en ze springen en hossen door de kamer.
En zo begint Peeno's leven als knopjes drukker waar hij zijn hele leven hetzelfde werk zou blijven doen.
http://www.youtube.com/watch?v=fWq-tGbnUjI
vrijdag 5 februari 2010
Mevrouw, u fietst aan de verkeerde kant...
Kom net terug van de supermarkt, dan ga ik over het pleintje en daar is een stukje straat en halverwege rijdt ik naar links om linksaf te slaan.
Van de straat er tegenover komt een man en ik zag 'm al aankomen, ff harder rijden en demonstratief rechts aanhouden en op de hoek voor ik linksaf kon rijdt ie tegen mij aan (ik kon niet verder want ik zat klem tussen zijn fiets en de paaltjes op de stoep)en zegt: 'Mevrouw, u fietst aan de verkeerde kant'. 'U rijdt links en we rijden hier rechts'.
'O, zeg ik, goed dat u het zegt, dat wist ik niet'.
Eigenlijk lagen we nog in een deuk ook.
En toen reed ie door.
Hij deed me denken aan de natuurkunde leraar op de analistenschool: groene broek, groene jas, hoedje (nee geen veer), baardje, soort sociotype.
Van de straat er tegenover komt een man en ik zag 'm al aankomen, ff harder rijden en demonstratief rechts aanhouden en op de hoek voor ik linksaf kon rijdt ie tegen mij aan (ik kon niet verder want ik zat klem tussen zijn fiets en de paaltjes op de stoep)en zegt: 'Mevrouw, u fietst aan de verkeerde kant'. 'U rijdt links en we rijden hier rechts'.
'O, zeg ik, goed dat u het zegt, dat wist ik niet'.
Eigenlijk lagen we nog in een deuk ook.
En toen reed ie door.
Hij deed me denken aan de natuurkunde leraar op de analistenschool: groene broek, groene jas, hoedje (nee geen veer), baardje, soort sociotype.
Abonneren op:
Posts (Atom)