Nu is het niet aan mij om lopend over straat te eten.
Vandaag dus wel.
Ik had bij Kelly's een Reese's reep gekocht en besloot na een paar minuten er aan te beginnen. Na twee happen hoor ik van een tegemoetkomend stel: 'eet smakelijk'.
'Dank je wel', zeg ik netjes terug, en glimlach. Aardig.
Na wat rond gewandeld te hebben besloot ik bij de snackbar eens een raspatatje te halen.
Omdat ik lopend was, heeft inpakken geen zin, dat komt koud aan. Dus ik besloot het onderweg naar huis op te eten.
Toen het bakje bijna leeg was hoorde ik ineens: 'eet smakelijk'.
Iemand die aan de overkant liep zei het. 'Dank je wel', zei ik weer en glimlachte terug.
Aardig.
Zou het de lente zijn?
zaterdag 20 februari 2010
Lachen in de bioscoop
Toen jaren geleden de film Flodder uitkwam wou ik daar wel heen.
Ik had alleen steeds pech dat het uitverkocht was.
Ik besloot wat langer te wachten en dat werden ineens drie maanden. Ik ging met vriendje van toen eindelijk Flodder kijken.
De zaal was bijna leeg. Achter ons een stel en voor ons een stel.
Nu is Flodder een komische film. Maar wat was er nu, als een zaal bijna leeg is durft niemand te lachen. Dus bij elke lach-scene bleef het stil in de zaal.
Tot er ineens iets gebeurde waar ik wel heel hard om moest lachen en daar ging ik.
Dat stel voor me keek achterom en het stel achter ons keek ons ook aan.
Ik had de toon gezet. Toen begonnen we allemaal te lachen en het werd leuk.
Ik had alleen steeds pech dat het uitverkocht was.
Ik besloot wat langer te wachten en dat werden ineens drie maanden. Ik ging met vriendje van toen eindelijk Flodder kijken.
De zaal was bijna leeg. Achter ons een stel en voor ons een stel.
Nu is Flodder een komische film. Maar wat was er nu, als een zaal bijna leeg is durft niemand te lachen. Dus bij elke lach-scene bleef het stil in de zaal.
Tot er ineens iets gebeurde waar ik wel heel hard om moest lachen en daar ging ik.
Dat stel voor me keek achterom en het stel achter ons keek ons ook aan.
Ik had de toon gezet. Toen begonnen we allemaal te lachen en het werd leuk.
Het begin van de lente?
Vanmorgen vroeg lag ik nog in bed hoorde ik er één: een fluitend vogeltje. Ik dacht meteen aan de lente.
Vorig jaar ontdekte ik dat er elke dag op het puntje van het dak een vogeltje fluit, elke ochtend.
Zo lief.
Elke ochtend zelfde tijd zat ie er te fluiten.
Dat stemt de dag meteen goed. Dat is vrolijk wakker worden.
Misschien is dit hetzelfde vogeltje, misschien ook niet.
Ik zal niet weten hoe lang vogeltjes leven.
Ja, ik kijk er weer naar uit, elke ochtend vroeg een fluitend vogeltje op het puntje van het dak boven de slaapkamer.
Vorig jaar ontdekte ik dat er elke dag op het puntje van het dak een vogeltje fluit, elke ochtend.
Zo lief.
Elke ochtend zelfde tijd zat ie er te fluiten.
Dat stemt de dag meteen goed. Dat is vrolijk wakker worden.
Misschien is dit hetzelfde vogeltje, misschien ook niet.
Ik zal niet weten hoe lang vogeltjes leven.
Ja, ik kijk er weer naar uit, elke ochtend vroeg een fluitend vogeltje op het puntje van het dak boven de slaapkamer.
De slimbo's van de Appie Hein
Gisteren ging ik in de Appie Hein mijn lege flessen wegbrengen.
De legeflessenapparaten zijn al net zo slim als het personeel. Om de x-aantal flessen snapt ie het niet en spuugt een fles terug.
Meestal moet je dan eerst een andere fles er doorheen doen en dan die ene die je terug kreeg en daarna slikt ie het wel.
Maar nee hoor, deze flessen bleven terug komen.
Dus: aanbellen voor assistentie.
Na lang wachten en een aantal keer bellen komt er een meisje van de broodafdeling: 'O maar dat hebbe we nie'.
Aaargggghhhhh!!! Ik had met liefde de flessen door haar strot geduwd! Maar ik zei: 'Jawel hoor, van de week nog hier gehaald'.
'O dan haal ik er ff iemand bij', zegt ze.
Na lang wachten en nog een paar keer op de bel drukken komt er één. Een rasechte oerhollandse Appie Hein medewerker die elk hoekje en gaatje weet te vinden.
Kijk dat is er één.
Hij bekijkt mijn flesjes zorgvuldig en komt tot conclusie dat er geen statiegeld op zit.
De legeflessenapparaten zijn al net zo slim als het personeel. Om de x-aantal flessen snapt ie het niet en spuugt een fles terug.
Meestal moet je dan eerst een andere fles er doorheen doen en dan die ene die je terug kreeg en daarna slikt ie het wel.
Maar nee hoor, deze flessen bleven terug komen.
Dus: aanbellen voor assistentie.
Na lang wachten en een aantal keer bellen komt er een meisje van de broodafdeling: 'O maar dat hebbe we nie'.
Aaargggghhhhh!!! Ik had met liefde de flessen door haar strot geduwd! Maar ik zei: 'Jawel hoor, van de week nog hier gehaald'.
'O dan haal ik er ff iemand bij', zegt ze.
Na lang wachten en nog een paar keer op de bel drukken komt er één. Een rasechte oerhollandse Appie Hein medewerker die elk hoekje en gaatje weet te vinden.
Kijk dat is er één.
Hij bekijkt mijn flesjes zorgvuldig en komt tot conclusie dat er geen statiegeld op zit.
vrijdag 19 februari 2010
Klein pindaatje
Zo noemt ze zichzelf: klein pindaatje.
De 1.60 haalt ze niet, het volume wel.
Man, wat komt daar een geluid uit.
Klein schreeuwlelijk pindaatje.
Met het geluid van drie misthoorns, misschien wel vier.
Oorverdovend.
De woorden zijn net zo oorverdovend.
Of eigenlijk: oorverziekend.
Als ze gaat schelden komen alle ziektes eruit.
Hoe die ziektes eruit zien weet ik niet.
Zij misschien ook niet.
Waar ze ze vandaan heeft zal denk ik aan de buurt liggen.
Midden in de Haagse Schilderswijk.
Daar woont ze.
Daar leeft ze.
Een verziekte buurt met verziekte mensen.
Daar word je niet vrolijk van.
Dus creëerde ze een rot leven.
Vent op de bank.
Kinderen op de bank.
En zij de kost verdienen.
Dat stemt haar niet vrolijk.
En dus scheldt ze elke dag.
Omdat niemand goed is.
Eigenlijk is iedereen goed.
Dat weet ze wel.
Maar ze is jaloers.
En daarom scheldt ze.
Haar leven is waardeloos.
Met die vent op de bank.
En de kinderen op de bank.
En zij maken het geld op.
Nog voor het eind van de maand.
Oorverdovend en oorverziekend horen we haar weer aan.
Elke dag weer.
Elke dag weer is niemand goed.
Zal ze ooit beter worden?
De 1.60 haalt ze niet, het volume wel.
Man, wat komt daar een geluid uit.
Klein schreeuwlelijk pindaatje.
Met het geluid van drie misthoorns, misschien wel vier.
Oorverdovend.
De woorden zijn net zo oorverdovend.
Of eigenlijk: oorverziekend.
Als ze gaat schelden komen alle ziektes eruit.
Hoe die ziektes eruit zien weet ik niet.
Zij misschien ook niet.
Waar ze ze vandaan heeft zal denk ik aan de buurt liggen.
Midden in de Haagse Schilderswijk.
Daar woont ze.
Daar leeft ze.
Een verziekte buurt met verziekte mensen.
Daar word je niet vrolijk van.
Dus creëerde ze een rot leven.
Vent op de bank.
Kinderen op de bank.
En zij de kost verdienen.
Dat stemt haar niet vrolijk.
En dus scheldt ze elke dag.
Omdat niemand goed is.
Eigenlijk is iedereen goed.
Dat weet ze wel.
Maar ze is jaloers.
En daarom scheldt ze.
Haar leven is waardeloos.
Met die vent op de bank.
En de kinderen op de bank.
En zij maken het geld op.
Nog voor het eind van de maand.
Oorverdovend en oorverziekend horen we haar weer aan.
Elke dag weer.
Elke dag weer is niemand goed.
Zal ze ooit beter worden?
Deel 21 van zeep soep - maandag 1 februari
Gisteren was het laat geworden in de Fiddler, het was gezellig met Nikki, Pieter en Niek.
Inke doet meteen haar nieuwe parfum van Marc Jacobs op.
Inke moet eerst wat boodschappen doen, tijd voor de Haagse markt.
Inke heeft trek in stamppot boerenkool en slaat alles in en ze gaat nog even langs de Turkse winkel voor yoghurt en vers fruit.
Inke gaat alvast koken want ze heeft avonddienst.
Op werk eet ze liever niet, het is vaak een onsmakelijke boel en zompig, dus eet ze warm voor ze naar werk gaat.
Om half 3 gaat ze naar werk en ze heeft wederom avond dienst met Koos en Klaas. Bah denkt ze, weer die twee luilakken.
Gelukkig is er TV en heeft ze een boek mee, want dat eeuwige gezeik van ze wil ze ook niet aanhoren. Die twee hebben elke dag wel een probleem, zijn zwak, ziek of misselijk of wat anders.
Inke vertelt haar leidinggevende dat die twee nooit willen werken. Dat weet de leidinggevende wel en die wordt er ook strontziek van. Meteen moeten ze op gesprek.
Na een uur komen ze naar buiten, besloten is dat zij vandaag actief werken, zo niet, dan vliegen ze eruit.
Dat had Inke mooi voor elkaar want beide gingen ineens toch werken. Nu nog zien hoe lang dat gaat duren.
Om 23 uur gaat Inke naar huis.
Thuis voor de deur komt ze buurman Pieter tegen. 'Hé Ink', zegt ie. 'Biertje?'
'Ja cool', zegt Inke. En Inke stapt bij hem naar binnen.
Pieter heeft nog Tsingtao staan, Chinees bier.
En de nieuwe DVD van Rammstein.
'Heb je zin om te kijken?', vraagt hij aan Inke.
'Ja tuurlijk', zegt Inke.
Inmiddels is het half 2 en ieder 4 biertjes op. Inke besluit om naar huis te gaan.
Tijd voor bedje.
Volgende keer deel 22.
Inke doet meteen haar nieuwe parfum van Marc Jacobs op.
Inke moet eerst wat boodschappen doen, tijd voor de Haagse markt.
Inke heeft trek in stamppot boerenkool en slaat alles in en ze gaat nog even langs de Turkse winkel voor yoghurt en vers fruit.
Inke gaat alvast koken want ze heeft avonddienst.
Op werk eet ze liever niet, het is vaak een onsmakelijke boel en zompig, dus eet ze warm voor ze naar werk gaat.
Om half 3 gaat ze naar werk en ze heeft wederom avond dienst met Koos en Klaas. Bah denkt ze, weer die twee luilakken.
Gelukkig is er TV en heeft ze een boek mee, want dat eeuwige gezeik van ze wil ze ook niet aanhoren. Die twee hebben elke dag wel een probleem, zijn zwak, ziek of misselijk of wat anders.
Inke vertelt haar leidinggevende dat die twee nooit willen werken. Dat weet de leidinggevende wel en die wordt er ook strontziek van. Meteen moeten ze op gesprek.
Na een uur komen ze naar buiten, besloten is dat zij vandaag actief werken, zo niet, dan vliegen ze eruit.
Dat had Inke mooi voor elkaar want beide gingen ineens toch werken. Nu nog zien hoe lang dat gaat duren.
Om 23 uur gaat Inke naar huis.
Thuis voor de deur komt ze buurman Pieter tegen. 'Hé Ink', zegt ie. 'Biertje?'
'Ja cool', zegt Inke. En Inke stapt bij hem naar binnen.
Pieter heeft nog Tsingtao staan, Chinees bier.
En de nieuwe DVD van Rammstein.
'Heb je zin om te kijken?', vraagt hij aan Inke.
'Ja tuurlijk', zegt Inke.
Inmiddels is het half 2 en ieder 4 biertjes op. Inke besluit om naar huis te gaan.
Tijd voor bedje.
Volgende keer deel 22.
Psychose
Karel en Ans zijn al jaren drugsverslaafden.
Karel is 41 en Ans 35.
Toen Karel 18 was leerde hij verkeerde vrienden kennen, vanaf toen begon hij aan de drugs en is er nooit vanaf gekomen.
Poging tot werken mislukte telkens en zo zit Karel al 23 jaar bij de soos. Hij krijgt een uitkering.
Alleen is dat niet genoeg om drugs voor te kopen.
Hij leerde Ans kennen via het drugswereldje.
Toen Ans 18 was had ze al twee kinderen. De vader van haar kinderen is haar eigen vader. De man had een seksverslaving en verkrachtte Ans diverse malen. Haar moeder wist er niks van. Ans durfde het ook niet aan haar moeder te vertellen, die had al sores genoeg.
Moeder werkte in de prostitutie en werkte dus laat in de avond en in de nacht. Tijd zat om Ans te verkrachten had pa dus wel.
Karel en Ans zijn al 15 jaar samen.
Via de gemeente konden ze een flatje krijgen, op voorwaarde dat de soos geld inhoudt en de huur en het gas en licht en water betaalt. De kans was groot dat ze al het geld op zouden maken en de huur niet meer konden betalen.
Daardoor houden ze samen niet veel over.
En voor een drugsverslaving heb je veel, heel veel geld nodig.
Dus hadden ze de oplossing: Ans gaat net als haar moeder de prostitutie in.
Dus doet Ans dat al 15 jaar.
Ans haalt hierdoor best veel geld binnen, net genoeg dat Karel niet hoeft te werken, dus lui op de bank blijft hangen en jointjes rookt.
Karel is lui.
Hij is blij dat hij Ans heeft.
Elke ochtend als Ans weer naar huis gaat brengt ze eerst een bezoek aan de dealer. Voor 100 euro haalt ze op, een zakje met poeder.
Thuis maakt ze het goedje klaar. Karel is nog op. Hij wacht altijd op Ans omdat hij weet dat ze elke ochtend met spul thuis komt.
Ans heeft nieuwe naalden meegekregen, de oude waren na zovaak herbruikt te zijn niet goed meer.
Beide binden ze hun arm in en de naald gaat er soepel in. In al die jaren gaat dat makkelijk.
Beide gaan op de bank liggen, 'zo dan voelt lekker', zegt Ans.
Karel ploft languit op de bank en zegt niets meer.
Ze vallen in slaap.
Een paar uur later.
Karel wordt wakker en voelt zich niet goed. Er zit agressie in zijn lijf. Hij ijsbeert door het huis en slaat op de muren en deuren. Zijn hoofd draait en er gebeuren rare dingen in zijn hoofd.
Hij krijgt honger en wil eten, hij loopt naar de keuken en pakt een broodmes. Zijn hoofd tolt nog steeds. Karel voelt dat hij gek wordt, een psychose.
Hij begint te schreeuwen en voelt woede, hij rent naar de woonkamer en begint op Ans in te steken.
Hij steekt 20 keer, 30 keer. Karel draait helemaal door. Hij zit helemaal onder het bloed. Hij schreeuwt en gooit het mes door de kamer.
Hij rent naar buiten, helemaal bebloedt en midden op straat valt hij neer en blijft liggen.
De buren zien het gebeuren en bellen de politie en ambulance en binnen 6 minuten zijn die ter plaatste.
De politie gaat zijn huis binnen en vinden Ans, vol bloed en messteken en dood.
Karel wordt opgenomen in het ziekenhuis en krijgt bewaking, hij wordt voorlopig als levensgevaarlijk beschouwd.
Als Karel aanspreekbaar is krijgt hij een verhoor.
Hij kan zich niks herinneren. Hij zegt dat Ans moet komen. De politie vertelt dat hij Ans heeft dood gemaakt. Karel schreeuwt de boel bij elkaar.
Als Karel uit het ziekenhuis komt mag hij voor de rechter verschijnen.
Ans is inmiddels al begraven, Karel mocht er niet bij zijn.
De rechter veroordeelt hem voor 15 jaar celstraf + TBS. Want Karel is een beetje de weg kwijt. Karel verkeert in een psychose en die moet weg.
Na de rechtspraak wordt Karel afgevoerd naar de gevangenis, net voor hij het busje in wil stappen rukt Karel zich los van de bewakers, hij rent de straat over....maar hij ziet de vrachtwagen niet aankomen......
Karel werd 41 jaar.
Karel is 41 en Ans 35.
Toen Karel 18 was leerde hij verkeerde vrienden kennen, vanaf toen begon hij aan de drugs en is er nooit vanaf gekomen.
Poging tot werken mislukte telkens en zo zit Karel al 23 jaar bij de soos. Hij krijgt een uitkering.
Alleen is dat niet genoeg om drugs voor te kopen.
Hij leerde Ans kennen via het drugswereldje.
Toen Ans 18 was had ze al twee kinderen. De vader van haar kinderen is haar eigen vader. De man had een seksverslaving en verkrachtte Ans diverse malen. Haar moeder wist er niks van. Ans durfde het ook niet aan haar moeder te vertellen, die had al sores genoeg.
Moeder werkte in de prostitutie en werkte dus laat in de avond en in de nacht. Tijd zat om Ans te verkrachten had pa dus wel.
Karel en Ans zijn al 15 jaar samen.
Via de gemeente konden ze een flatje krijgen, op voorwaarde dat de soos geld inhoudt en de huur en het gas en licht en water betaalt. De kans was groot dat ze al het geld op zouden maken en de huur niet meer konden betalen.
Daardoor houden ze samen niet veel over.
En voor een drugsverslaving heb je veel, heel veel geld nodig.
Dus hadden ze de oplossing: Ans gaat net als haar moeder de prostitutie in.
Dus doet Ans dat al 15 jaar.
Ans haalt hierdoor best veel geld binnen, net genoeg dat Karel niet hoeft te werken, dus lui op de bank blijft hangen en jointjes rookt.
Karel is lui.
Hij is blij dat hij Ans heeft.
Elke ochtend als Ans weer naar huis gaat brengt ze eerst een bezoek aan de dealer. Voor 100 euro haalt ze op, een zakje met poeder.
Thuis maakt ze het goedje klaar. Karel is nog op. Hij wacht altijd op Ans omdat hij weet dat ze elke ochtend met spul thuis komt.
Ans heeft nieuwe naalden meegekregen, de oude waren na zovaak herbruikt te zijn niet goed meer.
Beide binden ze hun arm in en de naald gaat er soepel in. In al die jaren gaat dat makkelijk.
Beide gaan op de bank liggen, 'zo dan voelt lekker', zegt Ans.
Karel ploft languit op de bank en zegt niets meer.
Ze vallen in slaap.
Een paar uur later.
Karel wordt wakker en voelt zich niet goed. Er zit agressie in zijn lijf. Hij ijsbeert door het huis en slaat op de muren en deuren. Zijn hoofd draait en er gebeuren rare dingen in zijn hoofd.
Hij krijgt honger en wil eten, hij loopt naar de keuken en pakt een broodmes. Zijn hoofd tolt nog steeds. Karel voelt dat hij gek wordt, een psychose.
Hij begint te schreeuwen en voelt woede, hij rent naar de woonkamer en begint op Ans in te steken.
Hij steekt 20 keer, 30 keer. Karel draait helemaal door. Hij zit helemaal onder het bloed. Hij schreeuwt en gooit het mes door de kamer.
Hij rent naar buiten, helemaal bebloedt en midden op straat valt hij neer en blijft liggen.
De buren zien het gebeuren en bellen de politie en ambulance en binnen 6 minuten zijn die ter plaatste.
De politie gaat zijn huis binnen en vinden Ans, vol bloed en messteken en dood.
Karel wordt opgenomen in het ziekenhuis en krijgt bewaking, hij wordt voorlopig als levensgevaarlijk beschouwd.
Als Karel aanspreekbaar is krijgt hij een verhoor.
Hij kan zich niks herinneren. Hij zegt dat Ans moet komen. De politie vertelt dat hij Ans heeft dood gemaakt. Karel schreeuwt de boel bij elkaar.
Als Karel uit het ziekenhuis komt mag hij voor de rechter verschijnen.
Ans is inmiddels al begraven, Karel mocht er niet bij zijn.
De rechter veroordeelt hem voor 15 jaar celstraf + TBS. Want Karel is een beetje de weg kwijt. Karel verkeert in een psychose en die moet weg.
Na de rechtspraak wordt Karel afgevoerd naar de gevangenis, net voor hij het busje in wil stappen rukt Karel zich los van de bewakers, hij rent de straat over....maar hij ziet de vrachtwagen niet aankomen......
Karel werd 41 jaar.
Abonneren op:
Posts (Atom)